Vaderdag: activiteiten voor groep 1 en 2


leerkracht.nlLesschetsForumAdresboekColofon


Thema: Vaderdag
  Papa, lijk ik op jou?
De kinderen vergelijken hun eigen baby- en kinderfoto’s met die van hun vader. Ze gaan op zoek naar overeenkomsten en verschillen.
  Mijn stamboom
De meeste kinderen vinden het erg leuk om over hun familie te vertellen: bij welke opa of oma ze in het weekend op bezoek zijn geweest, bij welk neefje of nichtje ze hebben gelogeerd. In deze activiteit maken ze hun familie als het ware zichtbaar in de vorm van een eenvoudige stamboom.
  Een heel speciale man
In het kader van vaderdag zal die heel speciale man voor de meeste kinderen hun eigen vader zijn, maar dat is niet noodzakelijk zo. De kinderen leren een kort versje en kleuren een kleurplaat als vaderdagcadeautje.

Beantwoord 5 vragen en win een van de 20 boekenpakketten

Papa, lijk ik op jou?

Materiaal
· baby- of kinderfoto’s van de kinderen
· baby- of kinderfoto’s van de vaders
· een recente foto van de vaders
· een baby- of kinderfoto van u en uw vader
· een (was)lijntje
· knijpers

Tijd
20 minuten

Voorbereiding
– Vertel dat de kinderen baby- of kinderfoto’s van zichzelf en hun vader mee naar school mogen nemen. Vraag ze ook een recente foto van hun vader mee te nemen. Spreek de dag af. Geef de kinderen eventueel een briefje mee, waarin u de ouders de bedoeling van deze activiteit uitlegt. Laat de foto’s op de achterkant voorzien van de naam van het kind.
– Span goed zichtbaar op kinderhoogte een lijntje in de klas. De kinderen kunnen hier straks met behulp van knijpertjes hun foto’s ophangen.

Doel
De kinderen zoeken gezamenlijk naar overeenkomsten en verschillen tussen hun eigen foto en die van hun vader.

– Vraag de kinderen wie een foto van zichzelf en zijn of haar vader bij zich heeft.
– Geef de kinderen de kans om de kinderfoto’s aan de groep te laten zien en er eventueel kort iets bij te vertellen. (Bijvoorbeeld waar de foto is gemaakt of wie er nog meer op te zien zijn.)
– Laat ieder kind dat zijn of haar foto’s heeft getoond deze ophangen aan het lijntje dat u hebt gespannen.
– Zorg ervoor dat kind en vader als tweetal direct naast elkaar hangen. (Aan het lijntje hangen nu dus alleen de baby- of kinderfoto’s.)
– Vertel dat de kinderen goed naar de foto’s moeten kijken.
– Stel vragen als:
· Wat is op beide foto’s hetzelfde? (De kinderen zullen waarschijnlijk allerlei details noemen. U wilt ernaartoe dat het allebei kinderfoto’s zijn.)
· Lijken de twee kinderen op de foto’s op elkaar?
· Wat is hetzelfde?
· Wat is heel erg anders?
· Vind je dat je op je vader lijkt? Waarom vind je dat?
· Is het makkelijker om jezelf met een kinderfoto van je vader te vergelijken of met een foto waarop je vader al groot is? (Met de kinderfoto.)
· Waarom denk je dat je ook een foto moest meenemen waarop je vader al groot is? (Aan die foto kun je zien hoe jij er misschien zelf later zult uitzien.)
· Kun je ook op een andere manier op iemand lijken? (Ja, in je gedrag.)
– Laat de kinderen tot slot uw foto’s bekijken en vertellen of u uiterlijk op uw vader lijkt en waarom.

 

Mijn stamboom

Materiaal
· de mallen Mijn stamboom
· dun wit karton (A4-formaat)
· pasfoto’s van de kinderen
· scharen
· lijm
· kleurpotloden

Tijd
30 minuten

Voorbereiding
– Vraag de kinderen een pasfoto van zichzelf mee te nemen. (Als de schoolfotograaf net is geweest, hebt u van hem misschien van alle kinderen een pasfoto gekregen.) Spreek de dag af. Geef de kinderen eventueel een briefje mee, waarin u de ouders de bedoeling van deze activiteit uitlegt.
– Kopieer beide mallen van de stamboom op het karton.
– Maak vervolgens een blanco voorbeeld van de driedimensionale stamboom om de kinderen duidelijk te maken hoe ze een en ander in elkaar moeten schuiven.

Doel
De kinderen maken een driedimensionale stamboom waarop ze zelf te zien zijn.

– Houd met de kinderen een gesprekje over familie. Stel vragen als:
· Hoe heten je papa en mama?
· Heb je (een) broertje(s) of zusje(s)?
· Hoe heten de papa en mama van je broertje(s) en zusje(s)? Hé, dat is toevallig! Of toch niet?
· Hoe noem je de papa van jouw papa? (opa)
· En hoe noem je de mama van jouw papa? (oma)
· Heeft je papa broers of zussen?
· Weet je ook hoe je een broer van je papa noemt? (oom)
· En hoe noem je een zus van je papa? (tante)
– Ga met uw vragen niet verder dan de begrippen: opa, oma, oom, tante, neefje, nichtje. Als de overgrootouders nog in leven zijn, kunt u die ook noemen.
– Vertel de kinderen dat u vindt dat een familie best ingewikkeld in elkaar zit. Gelukkig hebben mensen daar iets op bedacht: de stamboom. Een stamboom is een soort tekening van een familie. Iedereen heeft zijn eigen plekje in de stamboom van zijn familie. Boven in de boom hangen de oudste ‘appeltjes’, dat zijn opa en oma, een rijtje lager hangen de kinderen van opa en oma. In die rij hangt ook jouw papa. En nog een rijtje lager hangen de jongste ‘appeltjes’. Daar hang jij tussen.
– Vertel de kinderen dat ze ook een stamboompje gaan maken, waarin zijzelf komen te hangen.
– Laat de gekopieerde boompjes zien. Leg uit dat de kinderen de bomen over de dikke lijn moeten uitknippen.
– Als de bomen zijn uitgeknipt, mogen de kinderen hun pasfoto op de bladeren van een van de takken plakken.
– Daarna mogen ze hun opa’s en oma’s boven in de bomen tekenen.
– Eén rijtje lager mogen ze papa en mama tekenen.
– Op de onderste rij tekenen ze eventuele broertjes of zusjes.
– Tot slot wordt één boom van boven naar beneden over de dunne lijn in geknipt en één boom van beneden naar boven. De bomen kunnen nu in elkaar worden geschoven.
– Stel alle stamboompjes in een ‘stamboom-boogaard’ tentoon.

 

Een heel speciale man

Materiaal
· kleurplaat
· kleurpotloden
· gekleurde lintjes
· naamkaartjes
· perforator

Tijd
20 minuten

Voorbereiding
– Kopieer voor ieder kind een kleurplaat
– Knip naamkaartjes van ongeveer 4 x 5 cm. Maak met de perforator in een hoekje een gaatje. Schrijf voor ieder kind een eigen exemplaar.

Doel
De kinderen leren een vaderdagversje en kleuren een kleurplaat waar dit versje op staat.

– Vraag de kinderen of ze weten wat vaderdag is.
– Vraag waarom je op vaderdag eigenlijk iets speciaals voor je vader doet.
– Laat de kinderen aan de hand van voorbeelden aan elkaar uitleggen wat je op vaderdag voor je vader kunt doen.
– Vertel dat je op vaderdag ook best iets speciaals voor je opa, je stiefvader of een goede vriend kunt doen, als je dat fijner vindt.
– Vertel dat de kinderen een versje leren dat over een heel speciale man gaat.
– Leer de kinderen het versje aan door het van ondersteunende bewegingen te voorzien:
· Zin 1: Bij ‘ik’ wijst het kind naar zichzelf.
· Zin 2: Bij ‘duizend en’ laat het kind op iedere lettergreep tien gespreide vingers zien. Bij ‘één’ steekt het kind één vinger op.
· Zin 3: Het kind maakt een slaapgebaar door de handen op elkaar te doen en het hoofd op de handen te leggen.
· Zin 4: Het kind maakt bewegingen alsof het schermt.
· Zin 5: Het kind doet alsof het een traan wegpoetst.
· Zin 6: Het kind lacht breed.
· Zin 7: Het kind kijkt verbaasd.
· Zin 8: Het kind wijst bij ‘jij’ naar de toegesproken persoon.
· Bij ‘Een dikke kus van ...’werpt het kind een kushandje.
– Vertel de kinderen dat ze een kleurplaat, waarop het versje staat dat ze net hebben geleerd, zo mooi als ze kunnen mogen kleuren.
– Deel het materiaal uit en zet de kinderen aan het werk.
– Loop tijdens het kleuren rond en vul op iedere kleurplaat in voor wie deze is en van wie de dikke kus afkomstig is. (Misschien kunnen sommige kinderen zelf hun naam al als afzender schrijven.)
– Rol tot slot de kleurplaten op en bindt er een gekleurd lintje voorzien van een naamkaartje omheen.

 

Auteur: Maril Rijks © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.



Vaderdag: achtergrondinformatie

Vaderdag: activiteiten voor groep 3 en 4
Vaderdag: activiteiten voor groep 5 en 6
Vaderdag: activiteiten voor groep 7 en 8





©Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.