  | Lessuggesties bij 'Pluk van de Petteflet'
|
|
  |
Bij PLUK VINDT EEN HUISJE, vanaf bladzijde 7 –
|
|
Vreemd wonen Een torentje op een flat, dat is een ongewone combinatie... Zorgt u voor diverse tijdschriften waarin de kinderen mogen knippen. Laat hen er alle foto’s van alle soorten gebouwen uithalen. Laat hen vervolgens door knippen en plakken nieuwe gebouwen van maken. Er mogen de vreemdste combinaties van komen : een tuintje aan het treinstation, een herenhuis met een fietswinkel er op. Bijna net zo vreemd als Pluks torenkamertje op de Petteflat!
|
|
 |
Bij EEN MIDDAGJE KEURIG, vanaf bladzijde 53 –
|
|
Een keurige middag De Stampertjes ploeteren om tenminste een van hun kamers brandschoon te krijgen. Mevrouw Helderder, de moeder van Aagje, komt op bezoek. Als ze binnenkomt zitten alle gezinsleden Stamper met hun haren netjes gekamd en gladgeborsteld. De Stampertjes drinken hun thee met hun pink omhoog. Wat een plezier zullen de kinderen beleven aan het voorbereiden van een Keurig Kwartiertje, bijvoorbeeld aan het eind van de vrijdagmiddag. Praat eerst met de kinderen over wat ‘keurig’ en netjes is. Wat zijn bijvoorbeeld ‘keurige manieren’? Vraag de ouders de kinderen nette kleren mee te geven, kam alle haren dezelfde kant op en organiseer een theepartijtje. Wie wint de wedstrijd ‘netjes cake eten’?
|
|
 |
Bij NAAR EGWIJK AAN ZEE, vanaf bladzijde 58 –
|
|
De klas op Langhors Als Pluk met het gezin Stamper naar het strand, naar Egwijk aan Zee gaat, blijkt de auto kapot te zijn. Wat nu? Gelukkig mag iedereen plaatsnemen op het langgerekte paard Langhors, in het midden van zijn lijf verstevigd met wieltjes. Dit plaatje vraagt om groeps-tekenwerk. Plak diverse liggende tekenvellen aan elkaar en laat een van de kinderen er een lang paard op tekenen (of doe dit zelf). Vervolgens mag iedereen zichzelf op het paard tekenen : de langzaam groeiende horizontale tekening zal een mooie klassenversiering zijn : een verslag van een nooit gemaakt schoolreisje!
|
|
 |
Bij DE LISPELTUUT, vanaf bladzijde 63 –
|
|
De s De Lispeltuut , de schelp die Pluk de juiste weg wijst, spreekt met een spraakgebrek. Hij vervangt de s door een f. Dit moet de klas ook eens proberen. Kan iedereen zijn eigen naam zeggen zoals de Lispeltuut dat zou doen ? En dan de woorden of zinnen die vandaag geleerd of gelezen zijn ? Of kan de klas een bekend lied zingen, al lispeltutend ? Lukt dit ook als de s vervangen wordt door een andere letter in plaats van de f ? Omdat de Lispeltuut een schelp is kunt u de kinderen ook vragen grote schelpen mee te brengen en een ‘schelpendialoogje’ te laten verzinnen, waarbij de ene schelp een ander spraakprobleem heeft dan de andere. Natuurlijk kunt u ook het lispelen achterwege laten en een mooie schelpententoonstelling organiseren.
|
|
 |
Bij DE TORTELTUIN, vanaf bladzijde 79 –
|
|
Zeven kindertjes In de Torteltuin trapt Pluk bijna op een klein muisje. Dat blijkt de muizenvader te zijn. Op bladzijde 83 staat zijn hele gezin getekend. Het gezin bestaat uit zeven kinderen. Een creatieve taaloefening kan eruit bestaan voor alle zeven muizenkindertjes een toepasselijke naam te verzinnen. Ieder kind zou zelfs meerdere lijstjes kunnen maken. Vertel er wel bij dat het niet de bedoeling is namen van kinderen uit de klas te gebruiken, maar echt iets nieuws te verzinnen. Wie heeft het mooiste lijstje ? Eventueel kunt u de Beste Namen laten kiezen, door een klassenstemming.
|
|
 |
Bij DE HEEN- EN WEERWOLF, vanaf bladzijde 101 (ook bladzijde 117) -
|
|
Over de rivier Een handenarbeidopdracht : laat de kinderen (eventueel als groepswerk) een bocht van de rivier tekenen, van bovenaf gezien. Dat kan met ecoline, met verf of met waskrijt. Zorg dan voor voldoende vouwblaadjes waarmee een bootje gevouwen wordt : het bootje van de heen- en weerwolf. Zoals op de tekening van Fiep Westendorp op bladzijde 118 te zien is, versierde de wolf (op de terugweg) de boot met gras en bloemen. Dat kunnen de kinderen ook doen. Vervolgens kunnen ze uit wat stevigere vouwblaadjes, of wat steviger papier, de figuurtjes knippen en tekenen die door de wolf vervoerd worden. Een scheepje vol ? Ook de oevers van de rivier kunnen ‘aangekleed’ worden.
|
|
 |
Bij AAGJE KOMT THUIS, vanaf bladzijde 138 –
|
|
Tekenen op de muren Als Aagje thuiskomt heeft haar moeder veel te veel hasselbramenjam gegeten. Van die bramen word je weer kind. Dat is dus ook met mevrouw Helderder gebeurd : de eens zo keurige dame tekent nu met stiften op de muren ! Geef de kinderen viltstiften en een wit vel tekenpapier. Laat ze eerst uit gekleurd papier enkele meubels knippen en aan de onderrand van het papier plakken (stoelen, een tafel, een kast, de televisie). Vervolgens kunnen ze met viltstift de muur voltekenen, alsof mevrouw Helderder bezig is geweest ! (Eventueel kan mevrouw Helderder zelf ook getekend of geplakt worden).
|
|
 |
Bij DE KRULLEVAAR, vanaf bladzijde 141 –
|
|
Vogelgeluiden De krullevaar ‘verraadt’ zichzelf een aantal keer door zijn speciale roep te laten horen : prrr... ta lie loe! Hoe denken de kinderen dat dat klinkt? Laat iedereen eens een goede prrr... ta lie loe verzinnen. Hoe klinken andere vogelgeluiden trouwens? Als de klas heel stil is, is er dan buiten iets te horen? En van welke vogel dan? Zijn er cassettebandjes of plaatjes op school van vogelgeluiden? Is er iets in een biologiemethode te vinden? In elk geval zal het erg spannend zijn de prrr... ta lie loe-geluiden die de klas maakt op te nemen, precies zoals in het verhaal op bladzijde 152 ook gebeurt.
|
|
 |
|  |
|
|
|
 |
 | |