Kat: activiteiten voor groep 1 en 2


leerkracht.nlLesschetsForumAdresboekColofon


Thema: De Kat
  De gelaarsde kat
In veel sprookjes spelen dieren een belangrijke rol, zo ook in De gelaarsde kat. In deze activiteit maken de kinderen kennis met dit sprookje. Na afloop zoeken ze op een werkblad tekeningen van dingen die rijmen op het woord ‘kat’.
  Kattenpootjes stempelen
Mensen en dieren laten hun sporen na. Een grote voetafdruk of een klein kattenpootje. In deze activiteit gaan de kinderen een spoor van kattenpootjes op een groot vel papier stempelen.
  De kop van de kat is jarig
Veel versjes en liedjes gaan over dieren. Ook over de kat zijn versjes geschreven. De kinderen leren in deze activiteit een kattenversje.

De gelaarsde kat

Materiaal
· de tekst van het sprookje De gelaarsde kat
· het werkblad De gelaarsde kat
· rode kleurpotloden

Tijd
20 minuten

Voorbereiding
– De tekst van het sprookje De gelaarsde kat vindt u op het internet. Klik hiervoor op http://www.beleven.org/verhalen/zoek/6279.html op het woord HIER.
Wanneer u het verhaal niet vertelt maar voorleest, pas dan moeilijke woorden en passages aan het taalniveau van uw groep aan.
– Maak voor ieder kind een kopie van het werkblad De gelaarsde kat.

Doel
De kinderen luisteren naar het sprookje van De gelaarsde kat en oefenen met rijmen.

– Inventariseer welke sprookjes de kinderen kennen.
· Zijn er sprookjes over dieren bij?
· Zo ja, om welke dieren gaat het?
· Zijn het aardige dieren? Of zijn ze juist erg gemeen?
· Zijn het slimme dieren? Of zijn ze juist erg dom?
– Zeg dat u het sprookje De gelaarsde kat gaat vertellen:
· Vraag over welk dier dit sprookje gaat.
· Wat betekent ‘gelaarsde’? (met laarzen aan)
– Vertel de kinderen het sprookje.
– Stel na afloop vragen over het sprookje, bijvoorbeeld:
· Wie kreeg de kat? (de jongste zoon)
· Was hij blij met de kat? (Nee, hij was bang dat hij zou doodgaan van de honger.)
· Wat wilde de kat van zijn baasje hebben? (een zak en een paar laarzen)
· Aan wie gaf de kat de dieren die hij ving? (aan de koning)
· Was het een slimme kat? (Ja, want hij zorgde ervoor dat iedereen dacht dat de jonge molenaarszoon de rijke markies van Carabas was. Bovendien versloeg hij met een list een reus.)
· Was het een eerlijke kat? (Ja en nee. Hij hield zich aan zijn belofte te zorgen dat het zijn baasje goed zou gaan. Maar om die belofte te houden, bedroog hij iedereen.)
– Vraag de kinderen wat rijmt op ‘kat’. Vraag bij ieder gevonden rijmwoord of het ook echt iets is. Woorden die niet bestaan, vallen af.
– Vertel dat de kinderen op een werkblad tekeningen rood mogen kleuren van dingen die op ‘kat’ rijmen. Laat de kleur rood zien, als dit voor veel kinderen in de groep nog moeilijk is.
– Deel de werkbladen en kleurpotloden uit en bespreek de tekeningen op het blad: bad, bal, rat, blad, paraplu, kar.
– Laat de kinderen nu de tekeningen van de rijmwoorden rood kleuren. Bespreek na afloop welke plaatjes goed zijn.

 

Kattenpootjes stempelen

Materiaal
· een vel zwart papier (ongeveer 50 x 70 cm)
· een plaatje van een kattenspoor
· grote aardappels
· mes
· tekenpapier (A3-formaat)
· plakkaatverf (rood, geel, zwart en blauw)
· schoteltjes
· kurken
· schorten

Tijd
20 minuten

Voorbereiding
– Snijd de aardappels doormidden. Snijd een stempelvlak in de vorm van een grote driehoek met afgeronde hoeken.
– Verdeel de verf over schoteltjes.

Doel
De kinderen leren dat iedereen sporen achterlaat en stempelen met plakkaatverf een spoor van kattenpootjes.

– Leg een groot vel zwart papier op de grond.
– Vraag een aantal kinderen met hun schoen op het papier te stappen.
– Wanneer u op deze manier een aantal voetstappen hebt verzameld, laat u het vel papier aan de groep zien.
– Stel vragen als:
· Hoe noem je deze schoenen op het papier? (voetsporen of voetafdrukken)
· Waar of wanneer zie je voetafdrukken goed? (In het vochtige zand op het strand; in de sneeuw; als je met natte voeten op droge stenen loopt; als je per ongeluk in de verf bent gestapt en je loopt daarna verder.)
· Hebben alleen mensen voetafdrukken? (Nee, dieren laten ook afdrukken achter.)
· Kun je aan de afdruk zien welk dier voorbij is gelopen? (Ja, elk dier maakt zijn eigen spoor.)
– Teken als voorbeeld hiervan de afdruk van een olifant (een cirkel van ongeveer 20 cm doorsnee) en een vogeltje op het bord.
– Vraag de kinderen of ze wel eens kattensporen hebben gezien.
– Laat een plaatje van een kattenspoor zien. Benoem wat er te zien is. (Een grote driehoek met ronde hoeken. Aan de voorkant zitten vier ronde teenafdrukken.)
– Vertel dat de kinderen een kattenspoor gaan stempelen.
– Doe voor hoe dit met de aardappelstempel moet:
· Iedere kleur verf heeft zijn eigen aardappel.
· Doop de aardappel in de verf.
· Zet de aardappel met de verf op het papier.
· Haal de aardappel van het papier af en leg hem terug op het schoteltje.
· Gebruik voor de teentjes een kurk.
· Doop de kurk in de verf.
· Stempel drie rondjes naast elkaar aan de voorkant van de aardappelafdruk.
· Stempel zo een kattenspoor op het hele papier.
· Je mag verschillende kleuren gebruiken.
– Zet de kinderen aan het werk. Help als dit nodig is.
– Hang na afloop de stempelwerkjes zo op dat door de hele klas een kattenspoor te volgen is.

 

De kop van de kat is jarig

Materiaal
· het versje De kop van de kat is jarig

Tijd
20 minuten

Voorbereiding
Als u het versje niet kent, kunt u dit vinden op http://home.hetnet.nl/~corpetrus/voor%20de%20allerkleinste/ak_34.htm.

Doel
De kinderen leren het kattenversje De kop van de kat is jarig en de ondersteunende bewegingen.

– Stel de kinderen vragen als:
· Wie heeft een kat als huisdier?
· Hoe ziet je kat eruit?
· Hoe heet je kat?
· Hoe oud is je kat?
· Vier je de verjaardag van je kat?
· Zo ja, zing je dan ook een liedje voor je kat?
– Vertel dat de kinderen een versje over een jarige kat gaan leren.
– Leer de kinderen het versje met ondersteunende bewegingen aan:
· Bij ‘de kop van de kat’ vormen de kinderen met twee handen voor hun eigen hoofd een kop. Hiervoor zetten ze de vingertoppen tegen elkaar en maken een ronde vorm.
· Bij ‘en de pootjes vieren feest’ bewegen de kinderen hun armen beurtelings als kattenpootjes voor het lichaam.
· Bij ‘het staartje’ maken ze met één arm de beweging van een staart achter hun lichaam.
· Bij ‘pijn in zijn keel’ grijpen de kinderen met één hand hun hals vast.
· Bij ‘al dat dansen en dat springen’ dansen en springen de kinderen op de plaats.
· Bij ‘was hem veel te veel’ stoppen de kinderen met dansen en springen en gaan in een denkbeeldig kattenmandje liggen.
– Laat de kinderen tot slot het versje met de bewegingen voordragen voor een of meer andere groepen van de school.

 

Auteur: Maril Rijks © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.



Kat: achtergrondinformatie

Kat: activiteiten voor groep 3 en 4
Kat: activiteiten voor groep 5 en 6
Kat: activiteiten voor groep 7 en 8





©Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.