|
|
  |
Thema: De Nederlandse Antillen
|
Anansi De spin Anansi is een bekende figuur uit de Antilliaanse vertelcultuur. De spin probeert alles en iedereen te slim af te zijn. De kinderen horen hoe hij in Nederland is terechtgekomen en ze spelen zijn reis na. |
|
Anansi en de kaaiman Anansi, de spin, is veel dieren te slim af, maar de kaaiman uit het verhaal dat bij deze activiteit hoort, is ook niet op zijn achterhoofd gevallen. De kinderen luisteren naar een Anansi-verhaal en maken er een tekening over. |
|
Een spin knutselen Op de Nederlandse Antillen is de spin Anansi heel bekend. In de verhalen die over hem worden verteld, haalt hij allerlei streken uit. De kinderen knutselen een eenvoudige spin, die net als Anansi veel avonturen kan beleven. |
Materiaal
|
 |
|
· wereldkaart
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen leren de geschiedenis van Anansi kennen en beelden die uit.
|
– Vertel de kinderen wie Anansi is. Leg uit waar de spin vandaan komt en wat de rol van de slavernij is geweest voor de overlevering van de Anansi-verhalen. (Raadpleeg hiervoor Anansi in de achtergrondinformatie.) – Laat tijdens uw verhaal op de wereldkaart zien waar Nederland ligt. Wijs ook West-Afrika, Suriname en de Nederlandse Antillen aan. De kinderen krijgen zo enig idee van de afstanden die Anansi heeft afgelegd. – Bespreek met de kinderen kort de begrippen ‘slaaf’ en ‘slavernij’.
|
|
- Wat is een slaaf?
- Wat mag je wel en wat niet als je slaaf bent?
- Waarom konden de mensen die als slaaf naar Suriname en de Nederlandse Antillen werden vervoerd alleen hun verhalen meenemen?
- Wat zou jij meenemen als je wegging uit het land waar je bent geboren? Waarom juist dat?
|
 |
– Wanneer u Antilliaanse of Surinaamse kinderen in de groep hebt, kunnen ze misschien uit eigen ervaring iets over Anansi vertellen. (Vraag van tevoren of het kind dat wil en durft.) – Laat tot slot een groepje kinderen de reis van Anansi naspelen voor de klas. Help het groepje door de reis als het ware in stukken te hakken. Geef opdrachten als:
|
- Speel dat de mensen in Afrika elkaar verhalen vertellen.
- Speel dat de slavenhandelaren komen.
- Speel dat de slaven elkaar op de Nederlandse Antillen verhalen vertellen.
- Speel dat mensen van de Nederlandse Antillen naar Nederland verhuizen.
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen luisteren naar een verhaal over Anansi en maken hierover een tekening.
|
– Vertel de kinderen dat Anansi, de spin de hoofdpersoon is in veel verhalen die op de Nederlandse Antillen worden verteld. Anansi probeert iedereen altijd te slim af te zijn. Dat lukt hem vaak, maar soms komt hij er ook door in de problemen. – Vertel de kinderen dat ze gaan luisteren naar een verhaal over Anansi. – Leg uit dat in dit verhaal ook Afrikaanse dieren meedoen, namelijk een kaaiman en een tapir. Vertel dat een kaaiman een soort krokodil is en een tapir een log dier met een minislurfje als neus. – Leg vooraf ook uit dat een uitsmijter iemand is die onwelkome gasten de deur uitzet. – Vertel het verhaal Anansi en de kaaiman of lees dit voor. – Bespreek het verhaal na.
|
|
- Door wie wordt Anansi de eerste keer voor de gek gehouden? (Door de uitsmijter, die hem uit de rivier slingert.)
- Wat doet Anansi om te laten zien dat hij de slimste is? (Hij zet scherpe stokken in de grond op de plek waar hij naartoe is geslingerd.)
- Waarom zet hij scherpe stokken neer? (Zo vangt hij dieren, zonder dat hij nog hoeft te gaan jagen of vissen.)
- Wie is er nog slimmer dan Anansi? (De kaaiman.) Waarom? (Hij gebruikt het idee van Anansi voor zichzelf.)
|
 |
– Vertel de kinderen dat ze een tekening over het verhaal gaan maken. – Inventariseer samen welke stukken geschikt zijn om te tekenen. – Kies de vijf beste scènes en verdeel ze over de kinderen. – Deel het materiaal uit en laat de kinderen hun scène tekenen. – Leg na afloop de tekeningen in volgorde van het verhaal. Zo ontstaat er als het ware een stripverhaal. Het mooist is het om alle tekeningen met viltstift en alle tekeningen met potlood bij elkaar te houden. Afhankelijk van het aantal kinderen in de groep krijgt u verschillende strips van hetzelfde verhaal. – Hang de strips op zodat iedereen ze kan (komen) bekijken.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
· elk kind: vier stukjes chenilledraad van 20 cm · zwarte wol · kleine witte papieren rondjes (zoals uit de perforator) · zwarte viltstift · plakstift
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen knutselen een spin. Voorbereiding Maak van de zwarte wol voor ieder kind een klein bolletje. Zo’n bolletje is makkelijk hanteerbaar en u voorkomt zo dat de wol in de knoop raakt. Maak eventueel een groot spinnenweb in de klas, waarin de spinnen na afloop komen te hangen.
|
– Vertel de kinderen dat Anansi, de spin de hoofdpersoon is in veel verhalen die op de Nederlandse Antillen worden verteld. Anansi probeert iedereen altijd te slim af te zijn. Dat lukt hem vaak, maar soms komt hij er ook door in de problemen. – Vertel de kinderen dat ze Anansi, de spin van wol en chenilledraad gaan maken. – Deel het materiaal uit. – Vertel dat chenilledraad een soort ijzerdraadje is met pluizige draadjes eromheen. Door het ijzerdraadje kunnen straks de spinnenpootjes naar verschillende kanten worden gebogen. – Leg uit wat de kinderen moeten doen om de spin te maken:
|
|
- Leg de vier chenilledraden gekruist over elkaar heen. Dit worden de pootjes van de spin. Aan iedere kant komen vier pootjes.
- Pak het uiteinde van de wol en knoop dit in het midden om de pootjes.
- Wikkel de wol nu om de chenilledraden tot er een lijfje van minstens twee vingers dik ontstaat. Om een mooi rond lijf te krijgen, moet je de wol om de beurt tussen alle pootjes wikkelen.
- Als je spin dik genoeg is, maak je oogjes. Hiervoor heb je twee kleine witte papieren rondjes nodig. Die maak je met de perforator, dat is de gaatjesmaker. Teken er met zwarte viltstift een stip op en plak de oogjes met een plakstift op de spin. Help de kinderen eventueel als dat nodig is.
|
 |
– Bekijk na afloop samen het resultaat. Zijn er bijzondere spinnen ontstaan? Bijvoorbeeld een hele dikke, een boze, een blije, een schele enzovoort. – Hierna kunnen de spinnen een plekje in de klas krijgen. Laat de kinderen hun eigen plekje zoeken of hang de spinnen in het vooraf gemaakte spinnenweb.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Maril Rijks © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|