|
|
  |
Thema: Islam
|
Islamitische kunst bekijken en zelf een mozaïek maken Islamitische kunstwerken: van rijk versierde moskee tot fijn tafelzilver. De kinderen bekijken verschillende afbeeldingen van islamitische kunstwerken. Ze krijgen daarmee een beeld van het islamitische cultuurgoed. Aansluitend maken ze zelf een mozaïek van papier. |
|
Moslim of christen? De meeste kinderen in Nederland zijn christen. Dat betekent dat ze rooms-katholiek of protestants zijn. Maar er zijn ook een heleboel islamitische kinderen in ons land. De kinderen vertellen elkaar over hun godsdienst en gaan daarover in gesprek. |
|
Een moslim vertelt Het dagelijks leven van moslims ziet er anders uit dan dat van christenen. Het geloof heeft invloed op de dingen die je elke dag doet. Hoe dat in de islamitische wereld is, kun je best aan een moslim vragen. Vandaar dat er in de klas iemand wordt uitgenodigd om over zijn of haar dagelijks leven als moslim te vertellen. |
Islamitische kunst bekijken en zelf een mozaïek maken
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
· boeken over islamitische kunst · eventueel computer met internetaansluiting · afbeeldingen van islamitische kunstvoorwerpen van de website van Wereldmuseum Rotterdam · informatieve boeken over de islam · grote vellen wit papier (A3-formaat) · gekleurd papier · lijm · tekenpotlood
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten Voorbereiding Zoek een aantal afbeeldingen of boeken over islamitische kunst. Kies voor verschillende kunstvormen: tapijten, moskeeën, zilver, stoffen, mozaïek. Als u beschikt over een computer met internetaansluiting, kunt u afbeeldingen printen van de website http://www.wereldmuseum.rotterdam.nl. Kies dan eerst collectie en vervolgens Islamtisch cultuurgebied.
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bekijken afbeeldingen van islamitische kunst. Ze maken zelf een mozaïek waarin ze hun naam verwerken.
|
– Vertel de kinderen dat ze afbeeldingen van kunst gaan bekijken. Vertel dat de kunstvoorwerpen uit islamitische landen komen. Geef een korte uitleg over de islam aan de hand van de achtergrondinformatie. – Bekijk de afbeeldingen en laat de kinderen vertellen wat hen opvalt. Geef bij elke afbeelding voldoende uitleg. – Laat de kinderen aangeven wat ze het mooiste kunstvoorwerp vinden. Laat ze ook vertellen waarom dat zo is. – Vertel de kinderen dat islamitische moskeeën vaak met mozaïek worden versierd. Dat zijn een heleboel kleine tegelstukjes die samen afbeeldingen of versieringen vormen. Veel Arabische teksten uit de Koran zijn op die manier weergegeven in moskeeën. – De kinderen gaan hun eigen mozaïek maken. Ze doen dat op een groot vel wit papier (liefst A3). Eerst schrijven ze in grote letters hun naam erop. In het Arabisch schrijft men van rechts naar links. U kunt dit ook met de kinderen doen, door ze hun naam achterstevoren te laten schrijven. – De kinderen knippen kleine stukjes van het gekleurde papier, ongeveer 1 x 1 cm. Die gekleurde stukjes plakken ze zo op het blad papier dat er een kleurenpatroon ontstaat. Tussen de stukjes papier moet het witte papier zichtbaar blijven. De stukjes moeten dus niet over elkaar worden geplakt. Ze beplakken hun naam met een andere kleur. – Bespreek de mozaïekwerken na. Zijn de namen nog goed leesbaar? Zijn de patronen van het mozaïek regelmatig gevormd? Is het wit van het papier nog te zien? – Vraag de kinderen of ze het moeilijk vonden om een mozaïek te maken. Leg uit dat echte mozaïekmakers er maanden over doen voor ze het mozaïk in een moskee af hebben. En er zijn nog maar weinig mensen die het vak van mozaïek maken beheersen. – Hang de mozaïeken en de afbeeldingen van islamtische kunst op in de klas.
|
|
 |
| |
 |
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen voeren een gesprek met elkaar over hun geloof.
|
– Vraag de kinderen of ze wel eens naar de kerk gaan. Vertel dat er verschillende godsdiensten zijn in de wereld. In Nederland zijn de meeste mensen christen. Maar in andere landen, zoals Marokko, Turkije of Pakistan zijn de meeste mensen moslim. Hun geloof heet de islam. Ook in Nederland leven moslims. Misschien zijn er wel kinderen in de klas die moslim zijn. Vertel de kinderen dat ze met elkaar gaan praten over hun geloof. – Laat verschillende kinderen vertellen over hun geloof. Geef ruimte voor het stellen van vragen en laat de kinderen op elkaar reageren. Geef in dit gesprek vooral aandacht aan de verscheidenheid van geloven. Dat kan gaan om verschillende godsdiensten, maar ook om een verschil in de mate waarin kinderen kerkelijk worden opgevoed. Kinderen die niet naar de kerk gaan, kunnen daar ook iets van vertellen. Het is niet de bedoeling dat de kinderen de feiten van elkaars geloof leren. – Leid het gesprek aan de hand van vragen als: · Vertel eens hoe jouw kerk eruitziet. · Wat gebeurt er allemaal in de kerk? · Als je bidt, hoe doe je dat dan? · Welke feesten horen bij jouw geloof? · Hoe worden die feesten bij jou thuis gevierd? · Hoe heet het heilige boek? (Koran, Bijbel enzovoort) · Welke verhalen uit dat boek ken je? – Vat het gesprek samen. Herhaal de belangrijkste punten en noem de godsdiensten die de kinderen hebben genoemd. Geef ze de kans om vragen te stellen. – Kom in de periode na dit gesprek nog eens terug op het onderwerp. Gebruik het gesprek als kapstok om verschillende gebeurtenissen aan op te hangen. Als de moslims aan het einde van de ramadan het suikerfeest vieren, kunnen zij vertellen hoe dat gaat. En als u Kerstmis op school viert, kunt u met de kinderen praten over de christenen die Kerstmis vieren en de moslims die dat niet doen. Suggestie Laat de kinderen na deze activiteit een voorwerp meenemen dat iets te maken heeft met hun geloof. Laat ze er in de klas over vertellen.
|
|
 |
| |
 |
Tijd
|
 |
|
30 minuten Voorbereiding Nodig iemand uit die over zijn of haar moslim-zijn wil vertellen. Denk bijvoorbeeld aan een familielid van een kind bij u in de klas. Leg de verteller uit dat het de bedoeling is dat hij of zij vertelt over het dagelijks leven van moslims (momenten waarop wordt gebeden, naar de moskee gaan, eten en drinken, vastenperiode, feesten, kleding en andere familieaangelegenheden).
|
Doel
|
 |
|
Iemand vertelt in de klas over de manier waarop de islam een rol speelt in zijn of haar dagelijks leven.
|
– Vraag aan de kinderen of ze wel eens naar de kerk gaan. Laat verschillende kinderen vertellen naar welke kerk ze gaan. Misschien zijn er kinderen die wel een geloof hebben, maar niet naar de kerk gaan. Laat hen ook vertellen. Weten de kinderen hoe hun geloof heet? (islam, christendom, jodendom enzovoort) – Vertel de kinderen dat het geloof dat je hebt invloed heeft op de dingen die je elke dag doet. Veel mensen bidden bijvoorbeeld op een vast moment van de dag. Kinderen zeggen een spreuk voor ze gaan slapen of er wordt uit de bijbel gelezen op zondag. In elk geloof zijn er andere gebruiken. Een grote godsdienst in de wereld is de islam. Mensen die dit geloof volgen, heten islamieten of moslims. Landen waar de mensen vooral islamitisch zijn, zijn bijvoorbeeld Marokko, Turkije en landen in het Midden-Oosten. Ook in Nederland wonen moslims, bijvoorbeeld kinderen in uw klas. – Vertel de kinderen dat u iemand hebt uitgenodigd om over het dagelijks leven van moslims te vertellen. – Introduceer de gast en laat hem of haar vertellen hoe een dag als moslim eruitziet. Geef de kinderen gelegenheid tot vragen stellen. Nodig ze uit tot het aandragen van onderwerpen waarover ze iets willen weten. – Vraag ten slotte aan de gast of hij of zij ook iets van de kinderen wil weten. Laat de kinderen de vraag van de gast beantwoorden. – Sluit het bezoek af door samen in de klas iets te eten of te drinken. Doe dit eventueel in overleg met uw gast. Kies voor een typisch islamitische of juist typisch Nederlandse versnapering. Islamitische recepten vindt u op http://www.walidin.com.
|
|
 |
| |
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|