|
|
  |
Thema: Aboriginals van Australië
|
Dreaming Op de tentoonstelling Het Oog van Simon Levie in het Aboriginal Art Museum te Utrecht in 2003 waren bijzondere Aboriginalkunstwerken te zien. Een van de werken die tentoongesteld was, heet Dreaming. Het werk heeft een sterke aantrekkingskracht. Ook kinderen zullen dit waarschijnlijk een boeiend werk vinden. In deze activiteit maken ze een tekening die gebaseerd is op dit werk. |
|
Vertellen met tekens De Aboriginals zijn een volk zonder schrift. Zij kennen geen schrijftekens en dus ook geen overgeleverde schriftelijke uitingen. Dat wil niet zeggen dat zij helemaal geen tekens gebruiken. Maar die tekens passen geheel binnen het kader van hun nomadenbestaan. In deze activiteit proberen de kinderen elkaar een kort bericht te vertellen in tekeningen. |
|
De vijf eilanden De Aboriginals hebben een rijke verhaalcultuur. De meeste verhalen vertellen over de Droomtijd. In die tijd waren de dieren nog mensen. Met de verhalen probeert men zaken te verklaren in het landschap, in de dieren- en mensenwereld. In deze activiteit maken de kinderen kennis met een van die verhalen. |
 |
|
|
· computer met internetaansluiting, of: · enkele prints van het werk Dreaming uit de bijlage Drie kunstwerken · zwart vetkrijt · tekenvellen · vel gekleurd A3-karton · nietmachine
|
|
|
|
|
De kinderen bekijken een Aboriginalkunstwerk. Ze maken een tekening naar aanleiding van dit werk.
|
|
Bekijk samen met de kinderen op de computer of op de prints het werk Dreaming uit de bijlage Drie kunstwerken. Laat de kinderen reageren. Wat vinden zij van het kunstwerk? Waar komt het vandaan? Plaats de activiteit binnen het thema van de lesbrief. Vertel kort iets over de Aboriginals, hun kunst en de Droomtijd (zie de achtergrondinformatie). Dit werk heet Dreaming. Vraag de kinderen of ze de titel van het werk kunnen plaatsen (verwijzing naar de Droomtijd). Laat enkele vormkenmerken noemen: · Alleen gebruik van zwart en wit. (In het kunstwerk is met wit gewerkt op een donkere ondergrond. In deze activiteit draaien we dat om.) · Herhaling van bepaalde motieven als de cirkel. · Symmetrie: het werk heeft eigenlijk geen boven-, onder- of zijkant. Als u wilt, kunt u hier de volgende toelichting bij geven: een Aboriginalwerk wordt niet gemaakt op een schildersezel, maar op de grond. De kunstenaar wisselt steeds van plaats. Vaak heeft een werk dan ook geen duidelijk voorkeursaanzicht. In een museum hangen de werken tegen de muur. Dat betekent dat men in het museum een keuze moet maken wat de bovenkant van het werk wordt. Deel de tekenmaterialen uit. Geef de kinderen de opdracht: 'Maak een Aboriginaltekening als deze. Gebruik alleen zwart. Teken alleen lijnen. Zorg ervoor dat je tekening geen duidelijke boven- en onderkant heeft.' Zet de pc uit of haal de prints weg. Dat voorkomt kopieerwerk. Elk kind hangt zijn of haar tekening voor de groep. Bekijk de tekeningen vervolgens met de hele groep, maar stel eerst de vraag: 'Hoe wist je dat je je tekening op deze manier moest ophangen en bijvoorbeeld niet andersom? Zou je jouw tekening wel andersom kunnen hangen?' Laat de kinderen vervolgens reageren op de tekeningen. Wie heeft zich goed gehouden aan de opdracht: · alleen gebruik van zwart; · tekenen in lijnen; · op verschillende manieren op te hangen. Bundel de tekeningen. Leg ze in het gevouwen karton en niet ze vast. Leg de bundel op een vaste plaats in het lokaal. De kinderen kunnen er in vrije momenten in kijken.
|
|
 |
| |
 |
|
|
· elk kind: de bijlage Vertellen met tekens · grote tekenvellen of rollen behang · stiftenVoorbereiding Op de bijlage staan twee opdrachten. Knip de opdrachten los zodat ze afzonderlijk te gebruiken zijn. Binnen elk tweetal krijgt ieder kind namelijk een van de twee berichten, niet allebei.
|
|
|
|
|
De kinderen krijgen informatie over het nomadenbestaan van de Aboriginals. Ze vertellen elkaar een verhaal in tekeningen.
|
|
Vertel de kinderen over de Aboriginals in Australië (zie de achtergrondinformatie). Benadruk dat Australië een uitgestrekt land is met grote woestijngebieden. Eten en water zijn daar schaars. Om te overleven moet je niet lange tijd op dezelfde plek blijven: die plek is snel uitgeput. Je moet dus op tijd weer naar een plaats waar eten en drinken te krijgen is. Leg de kinderen de opdracht uit: 'Je werkt in tweetallen. Je bent allebei Aboriginal. Een van jullie krijgt een korte tekst. Je komt elkaar tegen in de woestijn. Degene met de tekst probeert de ander te vertellen wat daarin staat. Maar: je spreekt allebei een andere taal (zoals de Aboriginals van oorsprong zon driehonderd verschillende talen hadden). Dus zul je alles moeten tekenen. Daarbij mag je niet praten: je zou elkaar toch niet verstaan!' Maak tweetallen. Wijs de tekenaar en de kijker aan. Geef de tekenaar van ieder tweetal tekst 1 van de bijlage Vertellen met tekens. Deel stiften en papier uit. De tekenaar probeert nu de kijker met tekeningen duidelijk te maken wat er in zijn tekst staat. De kinderen mogen niet praten. De kijker mag alleen door de schouders op te halen aangeven dat hij iets niet begrijpt. De tweetallen hebben precies vijf minuten de tijd. Houd de tijd bij. Eindig de activiteit precies na vijf minuten. De tekenaars mogen nog steeds niets zeggen. Vraag dan aan de kijkers wie van hen de boodschap begrepen denkt te hebben. Laat andere kijkers eventueel aanvullingen of veranderingen geven. Laat ten slotte een van de tekenaars zijn tekst voorlezen. Wissel de rollen in elk tweetal. De tekenaars krijgen nu tekst 2. De volgorde binnen de activiteit is dezelfde als bij tekst 1. Bespreek de activiteit kort na. Dat kan aan de hand van de volgende vragen: · Wat vond je van deze activiteit? · Vond je het moeilijk om je bericht te tekenen? Welke onderdelen vond je moeilijk? · Vond je het moeilijk om het bericht van de ander te begrijpen? Wat zou de ander hebben moeten tekenen zodat je het wιl begrepen zou hebben?
|
|
 |
| |
 |
|
|
· het verhaal De vijf eilanden · elk kind: pen, A4-schrijfvel, kleurpotloden · vel gekleurd A3-karton · nietmachine
|
|
|
|
|
De kinderen maken kennis met een typisch Aboriginalverhaal. Ze schrijven zelf een soortgelijk verhaal.
|
|
Vertel de kinderen over de Droomtijd en de kunstuitingen van de Aboriginals (zie de achtergrondinformatie). Ga in op de verhalen die de Aboriginals vertellen. Daarmee proberen zij bepaalde dingen uit het omringende leven te verklaren. De verhalen stammen uit de tijd dat de dieren nog mensen waren. Een van die verhalen krijgen de kinderen nu te horen. Lees het verhaal De vijf eilanden voor. Laat de kinderen reageren. Laat hen aangeven waar het verhaal zoal een verklaring voor probeert te geven, bijvoorbeeld: · de herkomst van de drie dieren; · het uiterlijk van die drie dieren; · het ontstaan van de vijf eilanden voor de kust; · de jaarlijkse verzameling van walvissen voor de kust. Geef de kinderen de schrijfopdracht: 'Schrijf ook zon verhaal. Verzin een verhaal waarin je vertelt hoe de koe, het schaap en de kikker hun uiterlijk hebben gekregen. Maak er eventueel een tekening bij.' Deel de schrijfmaterialen uit. De kinderen gaan aan de slag. Laat na afloop enkele verhalen voorlezen. Laat de kinderen op elkaars verhalen reageren. Verzamel en bundel de verhalen. Vouw daartoe het karton dubbel, leg de verhalen ertussen en niet ze vast. Leg de bundel op een vaste plaats in het lokaal. De kinderen kunnen er in vrije momenten in lezen.
|
|
 |
| |
 |
 |
|
Auteur: Hans Vermeer © Uitgeverij Zwijsen B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|