|
|
  |
Thema: De laatste schoolweek
|
Vakantiekwartet De laatste schoolweek. Dat betekent: volgende week vakantie! Veel kinderen brengen de vakantie door in eigen land, maar op verschillende locaties. De kinderen maken een kwartetspel met vakantielocaties als onderwerp. Daarna gaan ze kwartetten. |
|
Blokkenbouwsels Waarschijnlijk hebben de kinderen in groep 3 of 4 vanuit de rekenmethode wel eens gewerkt met blokjes. In deze activiteit krijgt dit een vervolg: op de website van het Rekenweb werken de kinderen met een computerprogramma dat recentelijk is ontwikkeld. Hiermee zijn leuke effecten mogelijk die met concreet materiaal niet te verwezenlijken zijn! |
|
Ou moul ko no Juist, zult u denken. Echt iets leuks voor de laatste schoolweek. En dat is inderdaad het geval: de kinderen zullen regelmatig naar dit spel grijpen. De naam staat voor een eenvoudig, van origine Koreaans spel. Succes verzekerd! |
 |
Materiaal
|
 |
- per groep van vier kinderen de bijlage Vakantiekwartet (gebruik voor het printen wat dikker papier: zo gaat het spel langer mee) - stiften of kleurpotloden - scharen
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken een kwartetspel. Vervolgens spelen ze het spel.
|
 |
- Plaats de kinderen in groepjes van vier. Dit zijn de groepjes die het spel zowel gaan maken als spelen. - Deel de bijlage Vakantiekwartet uit. - Leg de kinderen de opdracht uit: Jullie gaan een kwartetspel maken en spelen. Je ziet op de bijlage telkens vier kaarten die bij een kwartet horen. Geef het woordvak van die vier kaarten dezelfde kleur. (Bijvoorbeeld: het woordvak 'strand' wordt geel gekleurd.) Dan zie je onder het woordvak vier mogelijkheden (bijvoorbeeld onder 'strand': strandbal, parasol, windscherm en zandkasteel). Maak op de kaart een tekening van het woord waar de stip voor staat. Doe dit met alle kaarten. Knip ze dan los. Zo maak je een kwartetspel. - Deel de scharen en kleurtjes uit. De kinderen verdelen het werk en gaan aan de slag. - Als het groepje klaar is, speelt dit het spel met de zelfgemaakte kaarten. De spelregels zijn als volgt:
|
- Speler 1 schudt de kaarten en deelt die op.
- Speler 2 kijkt of hij vier kaarten van hetzelfde woordvak of dezelfde kleur heeft. (Bijvoorbeeld: de vier kaarten van ?strand? ofwel de vier gele kaarten.) Hij legt die op een stapeltje voor zich neer. Hij heeft nu een kwartet.
- Heeft hij geen kwartet, dan vraagt hij aan een andere speler een kaart van een serie. (Bijvoorbeeld: mag ik van jou van ?strand? het ?zandkasteel??) Heeft de speler die kaart, dan geeft hij die aan speler 2. Zo nee, dan mag deze speler verdergaan met vragen.
- Winnaar is degene die de meeste kwartetten heeft.
- De speler die het spel twee keer weet te winnen, mag het kwartetspel houden.
|
Materiaal
|
 |
|
- computer met internetaansluiting
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten per tweetal
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bezoeken een website op internet.
|
 |
- Vertel de kinderen het volgende: Je gaat met z?n tweeën een website op internet bezoeken. Die website gaat over blokkenbouwsels. Kies samen een van de opdrachten en voer die uit. Neem zeker de tijd om samen het spel ?Huizen bouwen bij dag en nacht? te spelen. - De kinderen zoeken op het internet de volgende website: http://www.fi.uu.nl/rekenweb/rekenmaar/blokken/lln/welcome.html. - Sluit de activiteit af met een korte evaluatie:
|
- Wat vond je van de website?
- Welk spel vond je leuk? Waarom?
- Wat kun je met dit spel dat je met gewone blokken niet kunt?
|
 |
|
- Geef aan dat deze website speciaal gericht is op kinderen. Zelf kunnen ze de site nog een keer bezoeken. Ze zullen er telkens nieuwe en leuke dingen vinden die te maken hebben met rekenen. Hoezo, rekenen saai?
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- per tweetal: een kopie van de bijlage spelbord - voor elk kind: twee fiches, ieder van verschillende kleur
|
Tijd
|
 |
|
10 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen spelen het spel Ou moul ko no (eerder behandeld in het rekentijdschrift Willem Bartjens).
|
 |
- Het spel wordt gespeeld door twee spelers. - Elke speler heeft twee fiches. Bijvoorbeeld: speler 1 groen, speler 2 rood. - Het spelbord wordt neergelegd met de open zijde aan de bovenkant. - Speler 1 plaatst de fiches op de onderste twee rondjes van het spelbord. Speler 2 op de twee bovenste. Zo blijft het middelste rondje leeg. - Speler 1 schuift een van zijn fiches naar het lege rondje. Daarna doet speler 2 hetzelfde enzovoort. - Degene die geen van zijn fiches meer kan verschuiven, heeft verloren. - Opmerking: dit spel kan regelmatig worden gespeeld in vrije momenten.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Hans Vermeer © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|