|
|
  |
Thema: Vervoer
|
Het rij-vlieg-vaar-kwartet Vervoermiddelen zijn er in alle soorten en maten. Er zijn voertuigen waarmee je over land kunt reizen, op het water, onder water of in de lucht. Er zijn snelle en langzame voertuigen, gemotoriseerde voertuigen en voertuigen die je zelf moet voortbewegen. Er zijn ook voertuigen voor sport en ontspanning. Al deze verschillende vervoermiddelen verwerken de kinderen in een rij-vlieg-vaar-kwartet. |
|
Het vervoermiddel van de toekomst Vervoermiddelen spreken tot de verbeelding. Kinderen houden ervan om met treinen, motoren, racewagens of raketten te spelen. Jules Verne liet zich inspireren en schreef zijn verhalen over reizen met futuristische voertuigen naar de maan of de bodem van de oceaan. In navolging van Jules Verne verzinnen de kinderen een vervoermiddel van de toekomst. Ze maken een tekening en bouwen een model. |
|
De geschiedenis van de fiets op internet Het nationaal fietsmuseum Velorama is in Nijmegen gevestigd. Het museum heeft een eigen site voor kinderen, waarop ze alles kunnen lezen over de geschiedenis van de fiets. Als de kinderen zich laten rondleiden door het virtuele fietsmuseum, leren ze alles over de ?hoge bi? en wat Freddy Mercury (van de rockband Queen) met fietsen had. |
 |
Het rij-vlieg-vaar-kwartet
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- pen en papier - bibliotheek of documentatiecentrum - eventueel een computer met internetaansluiting - voor elk kind een blad stevig papier of dun karton waarop een kader is getekend in de grootte van een kwartetkaartje - tekenmateriaal
|
Tijd
|
 |
|
40 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken een rij-vlieg-vaar-kwartet.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze kunnen vertellen wat het woord ?vervoer? precies betekent. Laat ze samen tot een omschrijving komen. De kinderen controleren hun omschrijving door het woord ?vervoer? in het woordenboek op te zoeken. - Laat de kinderen om beurten een vervoermiddel op het bord schrijven. Ze mogen de woorden kriskras door elkaar op het bord zetten. Gebruik eventueel de tekst uit bovenstaande inleiding om de kinderen bij het brainstormen te helpen. Denk ook aan vervoermiddelen als: zeppelin, lastdieren, kano, bobslee, zweefvliegtuig, kart en ligfiets. - Bekijk met de kinderen de verzameling vervoermiddelen die op het bord staat. Vraag de kinderen hoe ze de verschillende vervoermiddelen zouden willen indelen. Met andere woorden: welke vervoermiddelen horen bij elkaar? Probeer zoveel mogelijk categorieën te benoemen. Schrijf steeds de naam van een categorie op de achterkant van het bord en zet daarachter vier voertuigen die onder die categorie vallen. Veeg die voertuigen op de voorzijde van het bord uit. Probeer op deze manier zoveel mogelijk categorieën te maken. Mogelijke categorieën zijn: watersport, motorsport, op de rails, militair, kinderen, op de snelweg, in de lucht, nieuwe technieken, fietsen en vrije tijd. - Verdeel de klas in groepjes van vier kinderen. Elk groepje gaat een kwartet maken van een van de categorieën. - De kinderen zoeken plaatjes van de vier vervoermiddelen uit hun categorie in bibliotheek of documentatiecentrum. Ze mogen ook internet gebruiken om plaatjes op te zoeken. Laat ze eventueel een kopie of print maken. - Deel aan elk kind het vel stevig papier met het kader van het kwartetkaartje uit. - Leg uit dat op het kaartje verschillende dingen moeten komen:
|
- de naam van de categorie;
- een afbeelding van het vervoermiddel;
- de naam van het vervoermiddel in rood;
- de naam van de andere vervoermiddelen uit dezelfde categorie in zwart.
|
 |
- De kinderen binnen elk groepje spreken met elkaar af wie welk kaartje gaat maken. - Elk kind maakt zijn of haar kaartje. Laat de kinderen vooraf bepalen hoe ze hun kaartje gaan indelen, om te voorkomen dat bepaalde gegevens niet op het kaartje passen. - De kinderen knippen hun kaartje uit. Eventueel versieren ze de achterzijde ervan. De kaartjes worden indien mogelijk geplastificeerd, zodat ze minder aan slijtage onderhevig zijn. - Bekijk samen de verschillende kwartetten en bespreek deze. Hoe zien de afbeeldingen eruit? Zijn ze herkenbaar? Zijn de kaartjes goed leesbaar? - Het spel kan gespeeld worden: laat steeds een groepje van vier of vijf kinderen het rij-vlieg-vaar-kwartet spelen totdat alle kinderen aan de beurt zijn geweest. - Leg het kwartet op een centrale plaats in de klas, zodat de kinderen ermee kunnen spelen in een verloren kwartiertje of tijdens de middagpauze.Suggestie In plaats van de kinderen te laten zoeken naar afbeeldingen van vervoermiddelen kunt u er ook voor kiezen om ze de vervoermiddelen zonder voorbeeld te laten tekenen. Het aardige hiervan is dat de kinderen meer moeten teruggrijpen op hun voorstellingsvermogen en fantasie.
|
| |
 |
Het vervoermiddel van de toekomst
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- een boek van Jules Verne bewerkt voor kinderen, liefst geïllustreerd (bijvoorbeeld 20.000 mijlen onder zee, Naar het middelpunt der aarde, Op reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren, De reis om de wereld in 80 dagen) - tekenpapier - tekenmateriaal - knutselmateriaal, bijvoorbeeld papier, karton, klei enzovoort
|
Tijd
|
 |
15 minuten inleiding 15 minuten tekenen 30 minuten model bouwen
|
Doel
|
 |
|
De kinderen verzinnen een vervoermiddel van de toekomst. Ze maken een bouwtekening en bouwen een model.
|
 |
- Vertel de kinderen dat Jules Verne een Franse schrijver was die leefde van 1828 tot 1905. Hij is vooral bekend geworden, omdat hij de eerste was die sciencefictionverhalen schreef. Hij verzon ruimteschepen waarmee je naar de maan kon reizen en bedacht onderzeeërs waarmee de bodem van de oceanen werd ontdekt. Zijn verhalen waren erg geloofwaardig. Verschillende uitvindingen die hij had verzonnen, zijn later ook echt gedaan. - Lees een kort fragment voor uit een van de boeken van Jules Verne. Welk boek is op zich niet belangrijk, kies wel een fragment waarin een vervoermiddel een rol speelt. Toon ook afbeeldingen van de ?uitvindingen? van Jules Verne. Op de website http://jv.gilead.org.il/stamps/togo80.html vindt u een verzameling postzegels met illustraties van het werk van Jules Verne. Die kunt u gebruiken om aan de kinderen te laten zien. - Leg de kinderen uit dat ze zelf een vervoermiddel van de toekomst gaan ontwerpen. Ze kunnen zich daarvoor laten inspireren door de verhalen van Jules Verne, maar ook door andere sciencefictionverhalen. - De kinderen maken een tekening van hun vervoermiddel van de toekomst. - Leg de volgende stappen aan de kinderen uit:
|
- een tekening maken;
- bouwmateriaal kiezen;
- de tekening uitwerken in een bouwtekening;
- het model bouwen aan de hand van bouwtekening;
- een toepasselijke naam verzinnen voor het model.
|
 |
- De kinderen gaan aan de slag. U helpt, als dat nodig is, bij het uitvoeren van de verschillende stappen. - De kinderen laten elkaar hun modellen zien. Ze vertellen de naam van hun vervoermiddel van de toekomst en leggen uit wat dat voertuig allemaal kan. - Hang de modellen in de klas op.Suggestie U kunt deze opdracht ook in drie delen laten uitvoeren. Geef in dat geval eerst de inleiding over Jules Verne en lees het fragment voor. Op een tweede moment maken de kinderen een tekening en werken deze uit tot bouwtekening. In een vrij half uur kunnen ze zelfstandig aan de slag met het bouwen van het model.
|
| |
 |
De geschiedenis van de fiets op internet
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- computer met internetaansluiting - pen en papier - tekenmateriaal - eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren, alsook een of meer prints van de website opbergen
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten (per groepje van twee of drie kinderen)
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bezoeken de website van het nationaal fietsmuseum Velorama.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens in het nationaal fietsmuseum Velorama zijn geweest. Laat kinderen die het museum kennen erover vertellen. Vertel dat in het fietsmuseum de geschiedenis van de fiets te zien is. Het museum heeft ook een website met daarop een aparte pagina voor kinderen. - De kinderen zoeken op internet http://www.velorama.nl/velo/kids. - Laat de kinderen eerst de kinderpagina en daarna de rest van de website bekijken. Ze schrijven de belangrijkste informatie op een blaadje. - Laat ze over de volgende items informatie zoeken:
|
- de koninklijke fiets;
- diashow;
- lied van Freddy Mercury;
- kleurplaat;
- kleine rondleiding door het museum;
- winkel;
- restauratie.
|
 |
- Bespreek de informatie die de kinderen hebben gevonden aan de hand van de items die hierboven genoemd staan. Weten de kinderen ook wat een ?draisine? is? (De loopfiets of draisine is de voorloper van onze trapfiets.) En hoe ziet de ?hoge bi? eruit? (De hoge bi is een fiets met een heel groot voorwiel en een klein achterwiel, de fietser zit boven op het grote wiel en moet via een trapje op- en afstappen.) - Laat de kinderen de verschillende fietsen uit de diashow nog eens in de encyclopedie, bijvoorbeeld op cd-rom, opzoeken. Ze kunnen hun aantekeningen van de website hiervoor gebruiken. - Laat de kinderen een of meer fietsen natekenen. Ze krijgen daardoor gevoel voor de verhoudingen van de verschillende fietsen en ontdekken welke verschillen er tussen de fietsen bestaan. - Verwerk de informatie van de website en uit de encyclopedie in een tentoonstelling over de ontwikkeling van de fiets. Gebruik daarvoor de tekeningen en laat de kinderen die van uitleg voorzien. Suggestie In de museumwinkel van Velorama is een schoolpakket te bestellen dat bestaat uit een poster, een boekje en een video.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|