Thema: Carnaval
|
Een carnavalslied maken Carnaval zonder carnavalsliederen is geen carnaval. Elk jaar weer worden er nieuwe carnavalsliederen gemaakt. De kinderen maken een carnavalslied van de klas. |
|
Interview over carnaval Carnaval in Nederland heeft een sterk katholieke achtergrond. Het gaat vooraf aan Aswoensdag en de vastentijd. De kinderen ondrzoeken welke religieuze aspecten aan carnaval verbonden zijn. Daarvoor interviewen ze oudere mensen. |
Materiaal
- melodie en tekst van bekende liedjes
Tijd
30 minuten
Doel
De kinderen maken een carnavalslied van de klas.
 |
- Vraag de kinderen of ze carnavalsliederen kennen. Laat ze er enkele zingen. - Vertel de kinderen dat ze een eigen carnavalslied van de klas gaan maken. Het moet een carnavalslied zijn dat iedereen makkelijk kan meezingen en dat zonder begeleiding te zingen is. - Bespreek met de klas hoe het carnavalslied wordt gemaakt. Het handigst is om eerst een melodie te kiezen en daar een tekst op te maken. - Eerst wordt een melodie gekozen. Dat moet een bekende melodie zijn, zodat ook andere kinderen van de school kunnen meezingen. Vaak zijn melodieën die de kinderen van radio en tv kennen te moeilijk om zonder begeleiding te zingen. Een goed alternatief is een lied dat ze op school hebben geleerd. - Als de melodie gekozen is, wordt de tekst gemaakt. U kunt dat klassikaal en regel voor regel doen. Een andere mogelijkheid is om de kinderen in groepjes een tekst te laten maken. Wijs erop dat het aantal lettergrepen per regel moet kloppen (vergelijk dit met de oorspronkelijke tekst) en dat het rijmschema gelijk moet zijn aan dat in het oorspronkelijke lied. - Als het lied klaar is, wordt het ingestudeerd en zo nodig bijgeschaafd. Als er meer liederen gemaakt zijn, worden ze achter elkaar gezongen. Eventueel kan het beste lied gekozen worden. - Zing het lied of de liederen regelmatig tijdens de carnavalsdagen. Misschien dat een groep kinderen het lied kan zingen tijdens de plaatselijke optocht. In dat geval kunnen de kinderen de tekst op een groot bord zetten, zodat de omstanders kunnen meezingen.
|
| |
 |
Materiaal
- informatie over carnaval, te vinden in boeken over feesten en volksgebruiken
Tijd
|
 |
30 minuten informatie zoeken ca. 1 uur interview houden
|
Doel
De kinderen onderzoeken welke religieuze aspecten met carnaval verbonden zijn. Daarvoor houden ze een interview onder oudere mensen.
- Vraag de kinderen of ze elk jaar carnaval vieren. Hoe doen ze dat en waar? Weten ze ook wanneer het ieder jaar carnaval is? (De datum is gekoppeld aan Pasen.) - Vraag of de kinderen weten waar carnaval mee te maken heeft. Waar komt het oorspronkelijk vandaan? - Vertel kort dat carnaval met de katholieke godsdienst te maken heeft. Hoe dat zit, gaan de kinderen onderzoeken. Ze gebruiken daarvoor boeken uit de bibliotheek en het documentatiecentrum, maar de belangrijkste informatie verkrijgen ze door het houden van een interview. - Vertel dat de kinderen oudere mensen gaan interviewen over carnaval en godsdienst. Dat kunnen oudere mensen uit de familie of de buurt zijn. - Bespreek met de kinderen welke vragen tijdens het interview gesteld worden. Neem vragen op die rechtstreeks naar een bepaald onderwerp vragen. Voorbeelden van vragen zijn: • Viert u elk jaar carnaval? Waarom wel of niet? • Vierde u als kind ook carnaval? Waarom wel of niet? • Weet u hoe carnaval ontstaan is? • Heeft carnaval met godsdienst te maken? Op welke manier? • Weet u wat Vastenavond is? Wat gebeurde er vroeger op Vastenavond? (onder andere oliebollen eten) • Weet u wat Aswoensdag is? Wat gebeurt er dan? • Wat heeft carnaval met de vastentijd te maken? Moest u vroeger vasten? (vastentrommeltje) • Wat heeft carnaval met Pasen te maken? - De kinderen interviewen enkele oudere mensen over de relatie tussen carnaval en godsdienst. Ze kunnen dat eventueel in groepjes doen. De antwoorden moeten ze noteren of op een cassettebandje opnemen en later uitwerken. - Als de interviews zijn afgenomen, vertellen de kinderen elkaar welke antwoorden gegeven zijn. Schrijf de belangrijkste items op het bord. - Laat de kinderen ook vertellen hoe het interviewen ging. Hoe reageerden de mensen op het interview? Wisten ze veel of weinig te vertellen? Was het interviewen lastig?
Auteur: Ben Verschuren / Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen B.V.
|