|
|
  |
Thema: Buiten spelen
|
Waar speel je en wat? Kinderen uit groep 1 en 2 zullen in de meeste gevallen dicht bij huis spelen. Vaak ontstaat een vaste speelplek. De kinderen vertellen waar ze het liefst buiten spelen en wat ze dan spelen. |
|
Gedicht voorlezen Er zijn veel gedichten over het spelen van kinderen geschreven. De kinderen luisteren naar een gedicht over buiten spelen. |
|
Een buitenspeeldag Een activiteit over buiten spelen kan natuurlijk niet zonder ook echt buiten te spelen. De kinderen spelen op de speelplaats een aantal buitenspelen. Ze doen dat op een buitenspeeldag (ochtend of middag). Het is de bedoeling dat de kinderen andere spelletjes spelen dan ze gewend zijn. Daarvoor zijn bij deze activiteit enkele suggesties opgenomen. Maar u kunt ook veel spelsoorten vinden in diverse speelboeken. |
Materiaal
|
 |
- tekenpapier - tekenmateriaal
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen vertellen waar ze het liefst buiten spelen en wat ze dan spelen.
|
 |
Vraag de kinderen of ze vaak buiten spelen. Laat ze er kort over vertellen. Doe dat aan de hand van vragen als: Waar kun je allemaal buiten spelen? Wat speel je dan? Speel je alleen of met anderen? Waar speel je vaak? Bespreek met de kinderen welke plekken zich het best lenen voor een bepaald soort spel. Waar kun je het best voetballen / tikkertje spelen / fietsen enzovoort? Waarom juist daar? Kun je die spelen op verschillende plekken spelen? Heeft elk spel een speciale plek nodig? Welke spelen kun je bijna overal spelen? (verstoppertje) Moet je sommige plekken veranderen om er te kunnen spelen? Vraag de kinderen welke plekken ze veilig vinden om te spelen. Waar kun je veilig spelen? Waar is het minder veilig? Waar mag je niet spelen? Als verwerking maken de kinderen een tekening over een speelplek in de buurt waar ze vaak spelen.
|
| |
 |
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen luisteren naar een gedicht over buiten spelen.
|
 |
Vertel de kinderen dat u een gedicht gaat voorlezen over buiten spelen. Lees het gedicht Roem! Roets! Urenlang! voor. Vraag na afloop wat de kinderen van het gedicht vinden. Herkennen ze zichzelf erin? Bespreek het gedicht aan de hand van vragen als: Wat wil het kind in het gedicht allemaal spelen? Waar kan hij rolschaatsen en fietsen? Waar speelt hij indiaantje, denk je? Waar zou hij in de touwen of in het rek klimmen? Waarom kan hij zich niet voorstellen dat andere kinderen zich vervelen? Vraag de kinderen of ze dezelfde soort spelletjes doen als in het gedicht. Laat ze nog andere spelletjes noemen en de plaats waar ze dat doen. Lees eventueel een ander gedicht over buiten spelen voor. Stel daarbij dezelfde soort vragen als hierboven. Laat tot slot de kinderen het gedicht van buiten leren.
|
| |
 |
Tijd
|
 |
15 minuten voorbereiding een ochtend of middag buitenspeeldag 15 minuten nabespreking
|
Doel
|
 |
|
De kinderen spelen op een buitenspeeldag een aantal buitenspelen.
|
 |
Vertel de kinderen dat er binnenkort een buitenspeeldag wordt gehouden. Ze mogen dan een ochtend of middag een aantal buitenspelen doen. Het zijn spelen die ze niet elke dag doen of die iets anders zijn, zoals spelletjes van vroeger of verschillende vormen van tikkertje. Organiseer de buitenspeeldag eventueel samen met leerkrachten van de andere groepen, zodat de hele school eraan kan meedoen. Bepaal van tevoren welke spelletjes u de kinderen laat doen en of u er een competitie-element aan verbindt. Raadpleeg desgewenst de suggesties voor buitenspelen. Mogelijk kunt u een spelcircuit uitzetten en dat als schema op papier uitdelen. Bespreek met de kinderen hoe de buitenspeeldag is opgezet. Afhankelijk van de vorm die u kiest, kunnen de volgende zaken aan de orde komen: Wat moeten de kinderen precies doen? Leg zo nodig de spelletjes uit. Moeten ze sportkleren aantrekken? Volgen ze het spelcircuit in groepjes? Zijn er begeleiders? Kunnen er punten verdiend worden? Waar moeten ze verder speciaal op letten? Controleer op de dag zelf of de kinderen de spelletjes goed uitvoeren. Mogelijk kunt u ouders inschakelen om bij elk spel uitleg te geven. Bespreek na afloop wat de kinderen van de buitenspeeldag vonden. Was het leuk om te doen? Hebben de kinderen nieuwe spelletjes geleerd? Zijn er spelletjes die ze vaker willen doen? Welk spel vonden ze makkelijk/moeilijk? De favoriete spelletjes kunt u de kinderen later nog eens laten spelen, bijvoorbeeld tijdens de gymles.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|