|
|
  |
Thema: De Tweede Wereldoorlog
|
Foto's uit de oorlog Hoe leefden kinderen in Nederland tijdens de Duitse bezetting van 1940 tot 1945? De kinderen bekijken foto's uit die tijd en vragen hun grootouders naar hun ervaringen. |
|
Een monument voor de oorlog Wat is een oorlogsmonument? En waarvoor dient zo'n monument eigenlijk? De kinderen bekijken plaatjes van monumenten en praten erover. Ze raken vertrouwd met de manier waarop de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog in onze maatschappij nog steeds zichtbaar zijn. |
|
Komt er nooit meer oorlog? Voor jonge kinderen is oorlog een heel onwerkelijk en tegelijkertijd bedreigend thema. Door erover te praten kunnen ze hun gedachten over dit onderwerp ordenen. Ze praten ook over oorlog in Nederland en oorlog in andere landen. |
Materiaal
|
 |
- foto's van familieleden (oma, opa) waarop het dagelijks leven in de oorlogsjaren te zien is - fotoboeken en naslagwerken over het dagelijks leven tijdens de oorlogsjaren
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bekijken foto's van familieleden of foto's uit boeken over het dagelijks leven tijdens de oorlogsjaren.
|
 |
- Controleer voordat u deze opdracht doet of de kinderen weten wat oorlog is. Besteed voldoende tijd aan het uitleggen van dit begrip. Gebruik eventueel de activiteit Oorlog, is dat net zoiets als ruzie? om het begrip te verhelderen. - Vertel de kinderen dat er in Nederland oorlog is geweest. Die oorlog was in de tijd dat hun opa's en oma's nog kleine kinderen waren. Hun ouders en zijzelf waren nog lang niet geboren. - Vraag de kinderen of ze wel eens met hun opa of oma of met hun ouders over die oorlog hebben gepraat. Laat de kinderen vertellen wat ze ervan weten. - Leg de kinderen uit dat je aan de hand van foto's kunt kijken hoe de mensen in die tijd leefden. Vertel de kinderen dat ze daarom van thuis een foto mogen meebrengen over de tijd van de oorlog. - Geef de kinderen voorafgaand aan deze activiteit een briefje mee naar huis waarin u vraagt of ze een foto uit de oorlogstijd mogen meenemen naar school. - Zoek ook zelf foto's op in familiealbums of in fotoboeken en naslagwerken. - Laat uw eigen foto's aan de kinderen zien. Laat ze benoemen wat er te zien is en geef uitleg. Houd de uitleg simpel en richt u vooral op het dagelijks leven. (Hoe woonden de kinderen? Gingen ze naar school? Hoe waren de kinderen gekleed? Wat voor spelletjes deden ze? Wat was er te eten? Kun je op de foto zien dat het oorlog is? Hoe dan?) - Laat de foto's van de kinderen een voor een zien. Laat elk kind zelf vertellen wat er op zijn foto te zien is. Geef de andere kinderen ruimte om te reageren en beantwoord vragen. - Besluit de opdracht door de kinderen te vragen om thuis nog eens over de foto te praten. Hun opa of oma kan vast nog meer vertellen over de tijd van de oorlog.Opmerking Mochten er in uw klas kinderen zijn die rechtstreeks met een andere oorlog in aanraking zijn geweest, laat hen dan vertellen over hun ervaringen. Ze mogen ook foto's van hun eigen dagelijks leven laten zien in de klas. Behandel de verhalen van deze kinderen los van de andere verhalen. Laat het kind zijn of haar verhaal bijvoorbeeld als laatste vertellen.
|
| |
 |
Een monument voor de oorlog
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
- afbeeldingen van oorlogsmonumenten (via internet)
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen raken door het bekijken van afbeeldingen van oorlogsmonumenten in gesprek over de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog.
|
 |
- Zoek voor deze opdracht een aantal afbeeldingen van oorlogsmonumenten die geschikt zijn voor jonge kinderen en maak er een print van. Ga hiervoor naar de website over oorlogsmonumenten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: http://www.oorlogsmonumenten.nl/datakid/htm/home.htm. Ga naar Speurtocht. Van twaalf monumenten vindt u hier een afbeelding en beschrijving. Kies bijvoorbeeld: Afbeelding 1: Vlucht uit Breda (Breda). Afbeelding 3: Markt voor joden (Amsterdam). Afbeelding 5: De trein op dinsdag (Kamp Westerbork). Afbeelding 6: Een hol onder de grond (Diever). Afbeelding 7: Duizenden persoonskaarten verstopt (Grijpskerk). Afbeelding 9: Meisjes met de broek aan (Friesland). Afbeelding 12: Een grafsteen zonder naam (Loenen). - Vertel de kinderen dat er in Nederland veel oorlogsmonumenten zijn. Die monumenten zijn beelden die je kunt bekijken. De beelden staan in verschillende steden en dorpen, maar soms ook zomaar in een weiland. Elk beeld heeft een verhaal over de Tweede Wereldoorlog te vertellen. Een aantal van die oorlogsmonumenten kunnen de kinderen op plaatjes bekijken. - Laat de kinderen een van de afbeeldingen zien. Praat met hen over wat er te zien is. Leg de kinderen uit om wat voor monument het gaat en waar het staat. - Laat de kinderen een voor een de andere afbeeldingen zien. Laat ze steeds vertellen wat ze zien en probeer ze zelf te laten nadenken wat het monument zou kunnen betekenen. Geef steeds een eenvoudige uitleg over het monument. - Zoek ten slotte via de Database van de website een monument bij u in de buurt. Laat ook hiervan een afbeelding zien en vertel de kinderen waar ze het monument kunnen bekijken. - Sluit de opdracht eventueel af met een bezoek aan het monument in de buurt van de school.Opmerking U kunt deze opdracht het best uitvoeren, als de kinderen enige kennis hebben van de Tweede Wereldoorlog. U kunt ze daarvoor zelf over de oorlog vertellen (gebruik de Belangrijke feiten in de achtergrondinformatie) of een van de andere opdrachten uit deze lesbrief gebruiken. Kijk daarvoor ook bij de activiteiten voor groep 1 en 2.
|
| |
 |
Komt er nooit meer oorlog?
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
-
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen praten over oorlog in het algemeen en over oorlog in Nederland en op andere plaatsen in de wereld.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze weten wat oorlog is. Laat enkele kinderen vertellen wat ze weten over dit onderwerp. - Vraag de andere kinderen of ze daarop willen reageren. Wat denken zij? Hebben ze nog aanvullingen? Hebben ze vragen? Het is de bedoeling dat de kinderen met elkaar in gesprek gaan over het thema oorlog. Het gaat er hierbij niet om dat er zoveel mogelijk juiste informatie wordt besproken. Het gaat vooral om het verhelderen van het onderwerp door het uitspreken van gedachten en ideeën. Corrigeer onjuiste ideëen door uitleg te geven. - Probeer zoveel mogelijk verschillende facetten van een oorlog aan de orde te stellen. U kunt dit doen door gerichte vragen te stellen die het gesprek verder leiden. Gebruik een of meer van de volgende vragen:
|
- Als het oorlog is, wie hebben er dan ruzie?
- Waarom wordt er in een oorlog gevochten?
- Vechten soldaten alleen maar of doen ze ook nog andere dingen?
- Hoe leven kinderen, als het oorlog is?
- Wat weet je van oorlog in Nederland?
- Ken je de naam de Tweede Wereldoorlog? Is die oorlog lang geleden?
- Hoe kunnen we er in Nederland voor zorgen dat er geen oorlog meer komt?
- Wat weet je over oorlog in andere landen?
- Waar is er op dit moment oorlog op de wereld? Hoe weet je dat?
- Heb je wel eens op televisie beelden gezien van een oorlog? Hoe was dat?
|
 |
- Beëindig het gesprek door een samenvatting te geven. Gebruik hierbij vooral de bewoordingen van de kinderen zelf. - Leg de kinderen ten slotte uit dat we nooit zeker weten of er nooit meer oorlog komt. Maar zeker is wel dat door een oorlog alle mensen in een land slachtoffer worden. Niemand wordt er beter van. Daarom is het belangrijk dat we allemaal werken aan vrede. Elk mens en ook elk kind kan daaraan meehelpen door ervoor te zorgen dat we naar elkaar luisteren en oplossingen zoeken voor problemen.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|