|
|
  |
Thema: Gewoontes in andere landen
|
Gewoontes in je vakantieland Als je op vakantie gaat, krijg je onherroepelijk met de plaatselijke gewoontes te maken. Welke gewoontes zijn dat? Hoe ervaren kinderen die gewoontes in andere landen? De kinderen vertellen elkaar over hun vakantie-ervaringen. |
|
Kinderen van de wereld Wat weten de kinderen van de leefsituatie van andere kinderen in de wereld. Hoe wonen ze? Hoe ziet een schooldag eruit? De kinderen bedenken een aantal vragen en zoeken antwoorden in informatieve boeken en tijdschriften voor kinderen. |
|
Gewoontes in Japan Op internet kun je heel veel informatie vinden over allerlei landen. Maar specifieke informatie over gewoontes is schaars. Vaak moet je andere zoektermen gebruiken, zoals dagelijks leven, feesten enzovoort. De kinderen bekijken een speciale kindersite over Japan. |
Gewoontes in je vakantieland
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
-
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen voeren een gesprek over de ervaringen die ze in andere landen hebben opgedaan met plaatselijke gewoontes.
|
 |
- Vraag de kinderen in welk land ze wel eens op vakantie zijn geweest. Laat ze kort vertellen waar ze zijn geweest en wat ze er hebben gedaan. - Vertel de kinderen dat u een gesprek wilt voeren over de gewoontes van mensen in andere landen. Ieder land heeft andere gewoontes. In Engeland rijden de mensen bijvoorbeeld op de linkerweghelft. Die gewoonte is voor mensen die dat niet gewend zijn, zoals Nederlanders, erg lastig. Maar de Engelsen hebben er geen problemen mee. Die zijn het gewend. Zo zijn er nog veel meer gewoontes op te noemen die voor de eigen bevolking een gewoonte zijn, maar die anderen als opvallend, vreemd, bijzonder of juist vervelend ervaren. - Leg de kinderen uit dat u steeds een bepaald onderwerp noemt, bijvoorbeeld 'eten en drinken'. Op elk onderwerp mogen de kinderen reageren met voorbeelden uit een vakantieland waar ze zijn geweest. Bijvoorbeeld: in Italië eten de mensen elke dag pasta. Laat de kinderen ook vertellen hoe ze die buitenlandse gewoonte hebben ervaren. Kunnen ze aangeven welke Nederlandse gewoonte ertegenover staat? Bijvoorbeeld: in Nederland eten we meestal aardappelen. Vraag ook naar leuke vakantieanekdotes die met het onderwerp te maken hebben. Bijvoorbeeld: na afloop van een spaghettimaaltijd in Italië zat iedereen onder de rode vlekken, omdat je in Italië je spaghetti niet hoort te snijden. - Bespreek op deze manier de volgende onderwerpen:
|
- eten en drinken;
- klimaat;
- vervoermiddelen;
- winkelen;
- vrije tijd en sport;
- taal;
- kleding;
- dieren;
- natuur.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze gewoontes uit hun vakantieland kennen die nog niet aan bod zijn geweest. Laat ze daar kort over vertellen. - Geef ter afsluiting een korte samenvatting van de belangrijkste en meest opvallende gewoontes die zijn genoemd.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- tijdschriften gericht op kinderen van Amnesty International, UNICEF, Greenpeace, WNF enzovoort - informatieve boeken over andere landen met veel (foto)illustraties
|
Tijd
|
 |
|
45 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bedenken wat ze zouden willen weten van het dagelijks leven van kinderen in andere landen. Ze zoeken antwoorden in boeken en tijdschriften.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens iets lezen of horen over hoe kinderen in andere landen leven. Waar halen ze die informatie vandaan? (televisie, boeken, tijdschriften, vakantie, familie, vrienden) - Vraag over welk land ze wel eens iets meer zouden willen weten van het dagelijks leven van de kinderen daar. - Maak een lijstje van ongeveer acht landennamen. Probeer hierin variatie aan te brengen: een land dicht bij Nederland en een ver weg, een rijk en een arm land, een koud en een warm land. Kies eventueel ook voor een land dat veel in het nieuws is, bijvoorbeeld Afghanistan. Maak acht kolommen op het bord. Schrijf boven elke kolom een van de landennamen. - Laat de kinderen bij elk land drie vragen formuleren. Gebruik daarbij de volgende opmerkingen en vragen:
|
- Wat zouden ze van de kinderen in dat land willen weten?
- Welke specifieke dingen kennen de kinderen van het desbetreffende land? Denk aan dagindeling, school, vrijetijdsbesteding enzovoort.
|
 |
- Schrijf de vragen in de kolommen op het bord en nummer ze. Laat genoeg ruimte over voor de antwoorden. - Verdeel de klas in acht groepen. Bij elk land hoort een groep. Elke groep verdeelt u in drie subgroepjes. Elk subgroepje gaat het antwoord op een van de vragen zoeken in boeken, kranten, tijdschriften, naslagwerken en eventueel op internet. U kunt de kinderen ook iemand uit het desbetreffende land (telefonisch) laten interviewen om een antwoord op hun vraag te vinden. Spreek af hoeveel tijd de kinderen mogen gebruiken, bijvoorbeeld 30 minuten. - Laat de subgroepjes die klaar zijn hun antwoord kort en bondig op het bord schrijven. - Bespreek de vragen en de antwoorden die op het bord staan klassikaal. Laat elk subgroepje uitleg geven bij het antwoord. Laat de kinderen hierop reageren. - Vraag ten slotte welke vraag of vragen de kinderen het meest aansprak. En welk antwoord heeft ze het meest verrast?
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- computer met internetaansluiting - pen en papier - eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren, alsook een of meer prints van de website opbergen
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten (per groepje van twee of drie leerlingen)
|
Doel
|
 |
|
De kinderen bekijken een speciale kindersite met informatie over Japan.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze het land Japan kennen. Wijs op een wereldkaart aan waar Japan ligt. Hebben ze wel eens iets gehoord of gelezen over Japan? Wat kunnen ze over het land vertellen? Weten ze hoe Japanse kinderen leven? - Vertel de kinderen dat ze een kinderwebsite over Japan gaan bezoeken. Op deze website kunnen ze van alles vinden over het leven van Japanse kinderen. - De kinderen zoeken op: http://jin.jcic.or.jp/kidsweb/foreign/ho-index.html. - Laat ze verschillende onderwerpen aanklikken:
|
- het dagelijks leven;
- scholen;
- natuur en klimaat;
- sport;
- vrije tijd;
- traditionele cultuur.
|
 |
- Bij elk onderwerp zoeken de kinderen naar een Japanse gewoonte die anders is dan we in Nederland gewend zijn. Bijvoorbeeld bij het onderwerp scholen: Japanse kinderen dragen een schooluniform en Nederlandse kinderen niet. - De kinderen schrijven de informatie op een blaadje. Eventueel maken ze een of meer prints en bergen die op in hun internetmap. - Laat de kinderen vertellen welke verschillen in gewoontes ze hebben gevonden. Vergelijk de gegevens van de verschillende groepjes met elkaar. Heeft elk groepje hetzelfde gevonden of zijn er veel verschillen? Hoe zou dat komen? - Sluit de opdracht af door de kinderen te vragen:
|
- Welke Japanse gewoontes vinden jullie het opvallendst?
- Zijn er ook dingen die Japanse kinderen hetzelfde doen als Nederlandse kinderen?
- Welke Japanse gewoonte zou je ook wel willen hebben?
|
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|