|
|
  |
Thema: Koninginnedag
|
Het feest van Koninginnedag Op Koninginnedag worden allerlei activiteiten georganiseerd: vrijmarkten, aubades, optochten, sporttoernooien enzovoort. De kinderen vertellen wat er op Koninginnedag allemaal te doen is in hun plaats en waaraan ze zelf deelnemen. |
|
Een tekening over en voor de koningin Hoe zien de kinderen onze koningin? Draagt ze altijd een kroon? Zit ze de hele dag op een troon? Of doet ze ook gewone dingen zoals andere vrouwen? De kinderen maken een tekening over en voor de koningin. |
|
Een ruilmarkt Op Koninginnedag wordt in veel plaatsen een vrijmarkt gehouden. Een alternatief is een ruilmarkt die in de klas kan plaatsvinden. Het voordeel daarvan is dat de kinderen een idee van elkaars bewaarde spullen krijgen en er geen problemen met geld zijn. |
Het feest van Koninginnedag
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
- eventueel foto's van activiteiten op Koninginnedag
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen vertellen wat er op Koninginnedag allemaal te doen is en aan welke activiteiten ze op die dag zelf deelnemen.
|
 |
|
- Vraag de kinderen wat er op Koninginnedag allemaal te doen is, zowel elders in het land als in hun eigen plaats. Stip daarbij de volgende activiteiten aan en laat de kinderen vertellen wat ze inhouden.
|
- De koningin bezoekt een plaats in Nederland. Wat doet ze daar? Wat doet de bevolking?
- In veel plaatsen is er 's ochtends een aubade (muzikale hulde) voor het gemeentehuis.
- De Oranjevereniging organiseert een optocht.
- De school organiseert een sporttoernooi.
- Voor de kinderen is er een vrijmarkt.
|
 |
- Laat de kinderen vertellen over activiteiten waaraan ze zelf ooit hebben meegedaan. Wat vonden ze daarvan? Wat hebben de activiteiten te maken met de koningin? - Laat tot slot de kinderen vertellen wat zij tijdens Koninginnedag doen. Ook activiteiten die niets met Koninginnedag te maken hebben, mogen aan bod komen. Gebruik de volgende vragen als leidraad voor het gesprek.
|
- Wat ga je doen?
- Waar ga je dat doen?
- Met wie ga je dat doen?
- Ga je verkleed? Zo ja, hoe?
- Kijk je naar de koningin op de televisie?
|
 |
|
- Rond het gesprek af met een samenvatting. Benoem de activiteiten die de kinderen tijdens Koninginnedag gaan doen.
|
| |
 |
Een tekening over en voor de koningin
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
- tekenmateriaal
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken een tekening over en voor de koningin.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze weten waarom het Koninginnedag is. Weten ze ook dat de koningin eigenlijk op een andere dag jarig is? - Laat de kinderen kort vertellen wat ze over onze koningin weten. Wat doet ze allemaal? Waar woont ze? Wat voor kleren heeft ze aan? - Vertel dat de kinderen een tekening gaan maken over de koningin. Daarbij moeten ze iets tekenen waarvan ze denken dat de koningin dat echt doet. Eventueel kunt u vertellen dat ze die tekening mogen opsturen. Dat kan via peuterspeelzaal Pinkelotje (Koninginnepost@pinkelotje.nl of via de website http://www.pinkelotje.nl. U moet de tekeningen dan wel scannen en digitaal versturen. Via de post kan ook: Peuterspeelzaal Pinkelotje, t.a.v. Koninginnepost, Ds. M.L. Kingweg 7, 1444 EA Purmerend.) - De kinderen maken een tekening over de koningin. Geef zo nodig suggesties over zaken die de koningin doet zoals het openen van een nieuwe sporthal, een lint doorknippen, een krans leggen bij een monument, in een koets rijden op prinsjesdag, een ramp bezoeken. Waar het om gaat, is dat de kinderen een gevarieerd beeld krijgen van wat de koningin doet en dat in hun tekeningen vastleggen. Dit om het verschil met koninginnen uit verhalen en sprookjes duidelijk te maken. - Hang na afloop de tekeningen op en bespreek ze klassikaal. Laat de kinderen aan de hand van de tekeningen vertellen wat de koningin allemaal doet.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
|
- spullen die de kinderen willen ruilen
|
Tijd
|
 |
|
45 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen organiseren een ruilmarkt.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens op een vrijmarkt hebben gestaan. Misschien doen ze dat dit jaar weer. Laat ze er kort over vertellen. Wat hebben ze verkocht? Voor hoeveel geld? Was het leuk om te doen? - Vertel de kinderen dat ze in de klas ook zoiets gaan doen. Alleen verkopen ze nu geen spullen, maar ruilen ze deze. De kinderen mogen spullen meebrengen die ze niet meer gebruiken. Zeg dat ze dat met hun ouders/verzorgers moeten overleggen. Geef eventueel een brief voor de ouders/verzorgers mee waarin u uitlegt wat de bedoeling is. - Als de kinderen de spullen hebben meegebracht, zet u de tafels op een rij. De kinderen leggen hun spullen op de tafels. Daarna gaan ze eerst gezamenlijk rond kijken. Bij elke tafel mag een kind vertellen wat er aangeboden wordt om te ruilen. - Als alle spullen bekeken zijn, gaan de kinderen onderling ruilen. Daarbij moeten ze inschatten hoeveel het een en ander waard is. Bij twijfel kunt u als taxateur fungeren, waarbij u steeds aan het kind vraagt hoeveel waarde het zelf aan het voorwerp toekent. Dit om te voorkomen dat iets wat een leerling waardevol vindt door anderen als waardeloos wordt beschouwd. Uiteindelijk mogen de kinderen zelf de waarde bepalen. - Na afloop vertellen de kinderen wat ze hebben geruild en waarom ze dat hebben gedaan. Wat gaan ze met de 'nieuwe' spullen doen? Hebben ze soms meer spullen voor één ding geruild? Zijn er kinderen die iets hebben geruild en dat daarna weer hebben doorgeruild? Is iedereen tevreden met alles wat geruild is? Een sprookje dat hierop aansluit is 'Gelukkige Hans' van de gebroeders Grimm. Hierin komt aan de orde dat je zelf in feite bepaalt hoe waardevol iets voor jou is. Uiteindelijk was Hans gelukkig dat hij juist helemaal niets meer had! Misschien kunt u dit sprookje gebruiken als er veel onenigheid is geweest over de waarde van spullen.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|