|
|
  |
Thema: Sprookjes en mythen
|
Dierenverhalen voorlezen In veel kinderverhalen spelen dieren de hoofdrol. Om de kinderen bekend te maken met het begrip 'fabel' leest u elke dag een dierenverhaal voor. |
|
Een fabelstrip tekenen De kinderen tekenen een fabelstrip naar aanleiding van de dierenverhalen die u elke dag voorleest. |
|
Dierenverhalen op internet Op internet zijn veel verhalen te vinden. De leerlingen bezoeken een website waarop dierenverhalen staan die door kinderen zijn geschreven. |
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen luisteren elke dag naar een dierenverhaal dat u voorleest.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze verhalen kennen waarin dieren de hoofdrol spelen. Laat ze er kort over vertellen. Zo mogelijk brengen ze een boek mee van thuis om te laten zien. - Bespreek met de kinderen waarin dierenverhalen verschillen van andere verhalen. Introduceer daarbij het begrip 'fabel'. Leg uit dat een fabel een dierenverhaal is. Daarin spelen de dieren in feite een menselijke rol. Vaak worden dierenverhalen gebruikt als een bedekte toespeling op het leven van mensen. Vertel dat fabels al eeuwenlang worden verteld. Noem als voorbeeld de verhalen over Reinaart de Vos die zich in Nederland afspelen, de verhalen over Anansi de Spin die vanuit Afrika naar Zuid-Amerika (Suriname) zijn meegenomen en de verhalen over Kantjil het Dwerghert die in Indonesië zijn ontstaan. Daarnaast worden er ook moderne dierenverhalen geschreven zoals de verhalen over Kikker van Max Velthuijs. - Vertel dat u elke dag een dierenverhaal gaat voorlezen. Gebruik daarvoor bij voorkeur verhalen die de kinderen niet of minder goed kennen, zoals fabels over Reinaart de Vos, Ananasi de Spin en Kantjil het Dwerghert. Op deze manier maken de kinderen kennis met dierenverhalen uit andere culturen. - Laat de kinderen in een kring gaan zitten. Lees een dierenverhaal voor. - Vraag de kinderen wat ze van het dierenverhaal vonden. Bespreek het verhaal aan de hand van vragen als:
|
- Wat vond je mooi aan het dierenverhaal?
- Wat het een vrolijk of verdrietig dierenverhaal?
- Liep het verhaal goed af?
- Wie speelden er een belangrijke rol in het dierenverhaal?
- Wie vond je aardig in het dierenverhaal? Wie vond je onaardig?
- Gebeurden er vreemde dingen in het dierenverhaal?
- Wat zou jij hebben gedaan als je in het dierenverhaal mocht meespelen?
|
 |
|
- Laat de kinderen als afsluiting het dierenverhaal kort navertellen.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- papier - tekenmateriaal
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen tekenen een fabelstrip.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze enkele dierenverhalen kunnen noemen. Als u de activiteit Dierenverhalen voorlezen hebt gedaan, kunt u aansluiten op de verhalen die u hebt voorgelezen. - Vertel de kinderen dat ze een fabelstrip gaan maken. Leg zo nodig uit wat een fabel is. De kinderen kiezen een aantal karakteristieke scènes die ze gaan tekenen. Wijs erop dat de hoofdfiguren hetzelfde getekend moeten worden. Ze kunnen bijvoorbeeld herkenbaar zijn aan een pluimstaart, een spitse bek, grote oren, de kleur van de huid enzovoort. Attributen als een rode jas of een groene sjaal kunnen ook de herkenbaarheid vergroten. De kinderen beslissen zelf hoeveel scènes ze tekenen. - De kinderen tekenen een fabelstrip en kleuren die in. - Laat de kinderen na afloop alle fabelstrips lezen. Doe dat in groepjes. Binnen elk groepje rouleren vier of vijf fabelstrips. Die worden daarna aan een ander groepje doorgegeven. - Bespreek de fabelstrips met de kinderen. Doe dat aan de hand van vragen als:
|
- Over wie gaat de fabelstrip? Is het een bekend fabeldier?
- Is de hoofdfiguur herkenbaar getekend?
- Wat gebeurt er in de fabelstrip?
- Is het een spannend/leuk/gek verhaal?
- Geven de tekeningen een goed beeld van het verhaal?
- Vond je het moeilijk om een fabelstrip te tekenen?
|
 |
- Verzamel de fabelstrips. Bundel ze tot een album dat in de klas komt te liggen. Dan kunnen de kinderen de fabelstrips later nog eens nalezen. - Tip: richt een kleine tentoonstelling in met boeken waarin fabels of andere dierenverhalen staan. Leg de bundel met fabelstrips van de kinderen daartussen.
|
| |
 |
Dierenverhalen op internet
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- computer met internetaansluiting - papier en pen - eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren, alsook een of meer prints van de website opbergen
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten (per groepje van twee of drie leerlingen)
|
Doel
|
 |
|
De leerlingen bezoeken een website waarop dierenverhalen staan die door kinderen zijn geschreven.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze dierenverhalen kennen. Als u de activiteiten Dierenverhalen voorlezen en Een fabelstrip hebt gedaan, kunt u daarop aansluiten. Laat de kinderen kort vertellen over bekende hoofdfiguren in dierenverhalen. - Vertel de kinderen dat ze op internet een website gaan bezoeken. Daarop staan dierenverhalen die door kinderen zijn geschreven. - De kinderen zoeken op internet http://www.kinderverhalen.nlZe klikken op 'dierenverhalen' en lezen enkele verhalen. - De belangrijkste informatie over de verhalen noteren de kinderen op een blaadje of in hun internetmap. Zo mogelijk printen ze een of meer pagina's die ze in hun intermap opbergen. - Bespreek na afloop met de kinderen welke verhalen ze hebben gelezen. - Vertel dat de kinderen ook zelf een verhaal kunnen opsturen. Bespreek wat de spelregels zijn. U kunt die vinden op de website. Wijs erop dat de kinderen de verhalen in een e-mail moeten versturen, dus niet in een bijlage. Dit in verband met virussen. De redactie van de website brengt geen verbeteringen aan. Daarom is het raadzaam de verhalen voor het versturen te corrigeren op taalfouten. De kinderen kunnen ook een illustratie meesturen. Ook daarover vindt u aanwijzingen op de website. - Als er kinderen zijn die verhalen hebben opgestuurd, is het natuurlijk spannend om te kijken of en wanneer de verhalen op internet verschijnen. - Als uw school een eigen website heeft, kunt u de verhalen natuurlijk ook daarop zetten.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|