- Vertel de kinderen dat ze plantennamen gaan zoeken waar dierennamen in voorkomen. U geeft een voorbeeld: paardebloem. - Laat hen eerst plantennamen uit hun hoofd noemen. Schrijf de plantennamen op het bord. - Hierna mogen ze plantennamen opzoeken in een biologie- of plantenboek. Schrijf ook deze namen op het bord. - Vraag de kinderen waarom de gevonden planten een dierennaam hebben. Is dat vanwege de vorm, de kleur of heeft de plant iets anders met het dier te maken? Als de kinderen het antwoord niet weten, proberen ze een plaatje van de plant te vinden. Houd er rekening mee dat ze niet voor alle planten een antwoord zullen vinden op de vraag waarom er een dierennaam aan is gegeven. Opmerking Hieronder volgen enkele voorbeelden, zodat u de kinderen zo nodig op weg kunt helpen. Reigersbek, ooievaarsbek, leeuwenbekje, kleine vos, vliegezwam, vlinderbloem, paardebloem, paardenstaart, berenklauw, koekoeksbloem, eekhoorntjesbrood, eendekroos, hanenkam, havikskruid, hondsdraf, vogelkers, wolfsmelk.
|