leerkracht.nl: lespraktijk: Werelddierendag: activiteiten voor groep 7 en 8


leerkracht.nlLesschetsForumAdresboekColofon


Thema: Werelddierendag
  Planten met dierennamen
Lijkt een paardebloem op een paard? En welke planten met een dierennaam zijn er nog meer?
  Discussie over dieren
Horen dieren thuis in een dierentuin? Waarom wel of waarom niet?
  Dieren op internet
Vanuit een startpagina over dieren bezoeken de kinderen een website en geven er hun mening over.

Planten met dierennamen

Materiaal
- biologieboek of plantenboek

Tijd
30 minuten

Doel
De kinderen zoeken namen van planten waar dierennamen in voorkomen.

- Vertel de kinderen dat ze plantennamen gaan zoeken waar dierennamen in voorkomen. U geeft een voorbeeld: paardebloem.
- Laat hen eerst plantennamen uit hun hoofd noemen. Schrijf de plantennamen op het bord. - Hierna mogen ze plantennamen opzoeken in een biologie- of plantenboek. Schrijf ook deze namen op het bord.
- Vraag de kinderen waarom de gevonden planten een dierennaam hebben. Is dat vanwege de vorm, de kleur of heeft de plant iets anders met het dier te maken? Als de kinderen het antwoord niet weten, proberen ze een plaatje van de plant te vinden. Houd er rekening mee dat ze niet voor alle planten een antwoord zullen vinden op de vraag waarom er een dierennaam aan is gegeven.

Opmerking
Hieronder volgen enkele voorbeelden, zodat u de kinderen zo nodig op weg kunt helpen. Reigersbek, ooievaarsbek, leeuwenbekje, kleine vos, vliegezwam, vlinderbloem, paardebloem, paardenstaart, berenklauw, koekoeksbloem, eekhoorntjesbrood, eendekroos, hanenkam, havikskruid, hondsdraf, vogelkers, wolfsmelk.

 

Discussie over dieren

Materiaal
- pen en papier

Tijd
30 minuten

Doel
De kinderen discussiëren over dieren aan de hand van de stelling: dieren horen niet thuis in een dierentuin.

- Schrijf op het bord de stelling: dieren horen niet thuis in een dierentuin. Vraag wie het met deze stelling eens is. Wie is het er niet mee eens? Wie weet het niet? De kinderen mogen nog geen argumenten geven. Ze mogen alleen zeggen of ze voor of tegen zijn of dat ze het nog niet weten! Tel het aantal voorstanders, tegenstanders en twijfelaars en schrijf die aantallen onder de stelling op het bord. - Hierna geeft u de kinderen ongeveer vijf minuten de tijd om hun mening over deze stelling op te schrijven. Waarom zijn ze het er wel of niet mee eens? Waarom weten ze het nog niet? - Vervolgens geeft u de kinderen ongeveer tien minuten de tijd om in een groepje hun meningen uit te wisselen. Daarbij kunnen nieuwe argumenten boven water komen. - Nu laat u de kinderen klassikaal over de stelling discussiëren:

  • Wie is het eens met de stelling? Wie is het er niet mee eens? Wie weet het nog niet? Schrijf de aantallen onder de vorige op het bord.


  • Laat de kinderen argumenten geven waarom dieren wel of niet in een dierentuin thuishoren. Zorg dat de discussie steeds over de stelling gaat.
- Vraag na afloop nogmaals wie het wel of niet eens zijn met de stelling en wie het nog niet weten. Schrijf de aantallen ook weer op het bord. Stel de volgende vragen:

  • Is je mening veranderd tijdens de discussie?


  • Door welke argumenten ben je van mening veranderd?
 

Dieren op internet

Materiaal
- computer met internetaansluiting
- uitdraai dieren.pagina.nl
- pen en papier

Tijd
30 minuten

Doel
De kinderen zoeken op internet informatie over dieren.

- Vertel de kinderen dat ze op de website dieren.pagina.nl een onderwerp over dieren moeten zoeken. Daarover gaan ze aan de andere kinderen iets vertellen. De belangrijkste informatie schrijven ze op. De website dieren.pagina.nl bevat talloze categorieën met diverse dierensites, zoals dierenasiels, dierentuinen en dierenorganisaties. Het is handig om van tevoren deze pagina te printen, zodat u de kinderen al iets over de inhoud kunt vertellen.
- Hierna zoeken de kinderen op dieren.pagina.nl een website die ze graag willen bezoeken. Ze kunnen dit individueel of in groepjes doen.
- De belangrijkste informatie op de website wordt geprint of op een blaadje geschreven. De kinderen schrijven er ook bij wat ze van de website vinden. Bespreek waar ze op moeten letten aan de hand van de volgende aandachtspunten:

  • wat is de naam van de website?


  • wat is er te zien?


  • wat kun je doen?


  • is de site leuk?


  • over welke dieren gaat het?


  • is er speciaal iets voor kinderen?


  • zijn er spelletjes of muziekjes?


  • kun je lid worden?


  • enzovoort.
- Als de kinderen de website hebben bezocht, vertellen ze aan de andere kinderen wat er zoal te zien is en wat ze ervan vinden. Dat doen ze aan de hand van de geprinte pagina's en hun eigen notities. Op deze manier krijgen de kinderen niet alleen allerlei informatie, maar leren ze ook kritisch kijken. Eventueel kunnen opmerkingen over de verschillende websites via e-mail opgestuurd worden.
 

Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO



leerkracht.nl: lespraktijk: Werelddierendag: achtergrondinformatie
leerkracht.nl: lespraktijk: Werelddierendag: activiteiten voor groep 1 en 2
leerkracht.nl: lespraktijk: Werelddierendag: activiteiten voor groep 3 en 4
leerkracht.nl: lespraktijk: Werelddierendag: activiteiten voor groep 5 en 6





©Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.