|
|
  |
Thema: Werelddierendag
Dieren en hun associaties
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
|
-
|
Tijd
|
 |
|
15 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen zeggen waaraan ze denken bij het noemen van een dier.
|
 |
 |
- Vertel de kinderen dat u namen van dieren gaat noemen. Bij elk dier mogen ze zeggen waar ze het eerst aan denken, dus spontaan en direct, haast zonder nadenken (associatief). - U begint met het noemen van een bekend dier, bijvoorbeeld: kip. De kinderen noemen een aantal dingen die met een kip te maken hebben, zoals: ei, vogel, veer, snavel, haan. - Hierna noemt u nog enkele andere dieren die de kinderen kennen. Sluit af met een dier dat ze niet kennen, bijvoorbeeld: dodo. Ook als de kinderen het dier niet kennen, mogen ze toch zeggen wat voor associatie dat dier bij hen oproept. - Vervolgens speelt u het associatiespel klassikaal. De kinderen zitten in een kring. Eén kind noemt de naam van een dier, waarna het kind links van hem of haar zegt waar het als eerste aan denkt. Daarna mag dat kind zelf een dier noemen, waarna het volgende kind zegt waaraan het als eerste denkt. Bijvoorbeeld: kip - ei, tijger - strepen, haas - lange oren, enzovoort. Eventueel kunt u met de kinderen afspreken dat wie niet binnen vijf seconden iets weet, afvalt, zodat er steeds minder kinderen overblijven.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- één schoenendoos per groep - tekenpapier, dun karton - kleurpotlood of krijt, lijm - plaatjes van dieren
|
Tijd
|
 |
|
45 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken een kijkdoos van een safaripark.
|
 |
- Vertel de kinderen dat ze in groepjes een kijkdoos gaan maken van een safaripark. Dat is een park waarin dieren vrij rondlopen. - Bespreek waaraan ze bij het maken van een kijkdoos moeten denken:
|
- dierenplaatjes verzamelen of zelf dieren tekenen;
- dieren in verschillende grootte maken (vanwege perspectief);
- dieren zo rangschikken dat ze allemaal te zien zijn vanuit één gezichtspunt;
- omgeving bedenken (bomen, struiken, heuvels, holen);
- aan welke kant zit het kijkgat?
- van welke kant komt licht binnen? (eventueel gekleurd licht met behulp van gekleurd papier)
|
 |
- De kinderen gaan nu aan het werk. Voor de dieren kunnen de kinderen plaatjes gebruiken uit kranten of tijdschriften, maar ze kunnen ook zelf dieren tekenen. Laat hen de dieren op dun karton plakken, zodat ze blijven staan. De rangschikking van de dieren wordt eerst goed bekeken, voordat ze worden vastgeplakt. Laat de kinderen erop letten dat ze bijvoorbeeld niet een grote boom vooraan zetten, zodat van de rest niets meer te zien is. De binnenkant van de doos kunnen ze kleuren of schilderen om nog meer achtergrond te hebben. - Na afloop bekijken de kinderen alle kijkdozen die gemaakt zijn.
|
| |
 |
Discussiëren over dieren op internet
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- computer met internetaansluiting - uitdraai prikbord van dieren.pagina.nl - pen en papier
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen discussiëren over dieren via internet.
|
 |
|
- Vertel de kinderen dat ze op internet over dieren gaan discussiëren. Daarvoor gaan ze naar het prikbord van dieren.pagina.nl (http://www.prikpagina.nl/ ). Het is handig deze pagina van tevoren te printen, zodat u de kinderen iets over de verschillende onderwerpen kunt vertellen. - De kinderen zoeken nu in groepjes op het prikbord naar een onderwerp waarover ze mee willen discussiëren. Ze lezen wat andere kinderen hebben geschreven. Eventueel printen ze dat. - Hierna verbreken ze de verbinding tijdelijk en bespreken ze in hun groepje wat zij zelf over dit onderwerp te zeggen hebben. Dit schrijven ze op een blaadje. - Als ze het eens zijn over de formulering, zetten ze hun reactie op het internetprikbord. - In de dagen daarna laat u hen controleren of andere kinderen op hun reactie hebben gereageerd.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|