|
|
  |
Thema: Winter
 |
Wanneer begint de winter?
|
 |
|
De meeste mensen denken dat de vier seizoenen lente, zomer, herfst en winter steeds op de 21e van de maand maart, juni, september of december beginnen. Dat is echter niet het geval. De begintijd varieert per jaar, afhankelijk van welke dag exact de kortste of langste is. De winter begint op 21 of 22 december. In 2000 is dat op 21 december. Dat is kortste dag van het jaar. De Romeinen noemden deze dag 'wintersolstitium', wat letterlijk 'zonnestilstand' betekent. Het lijkt namelijk alsof de zon in deze tijd van het jaar een aantal dagen op dezelfde tijd en plaats opkomt en ondergaat. De term solstitium wordt nog steeds gebruikt. De Germanen gebruikten de term Midwinter als ze het over de kortste dag hadden. Vanaf de kortste dag worden de dagen langzaam weer langer. Vandaar dat het begin van de winter in veel culturen als het begin van het jaar geldt. Wanneer het begin van de winter werd gevierd, liep echter uiteen. Afhankelijk van stam, cultuur of tijdperk begon de winter in september, oktober, november of december. De kelten in Ierland vierden het begin van de winter bijvoorbeeld al op 31 oktober. Het begin van de winter was het moment waarop men de dieren slachtte die de winter niet zouden kunnen doorstaan. Dit bood voedsel voor de wintermaanden. Daarnaast stelde men zich tijdens de wintermaanden in op een dieper contact met de geesteswereld.
|
| |
 |
Winter en licht
|
 |
|
De zon staat in de winter lager aan de hemel, waardoor ze de aarde minder kan opwarmen. De dagen worden gedurende de herfst steeds korter tot aan de kortste dag in december. Voor de oude stammen waren dat redenen om de goden te verzoeken hen weer licht te geven. Er werden feesten gevierd ter verering van het licht. Hieraan waren allerlei rituelen verbonden. De winterfeesten stonden tevens in het teken van nieuw leven. Vandaar dat ook de overleden voorouders vereerd werden. Tijdens de donkere dagen in december was de grens tussen de gewone wereld en de wereld van de doden minder strikt. Via allerlei rituelen werd er contact met de voorouders gemaakt. Zij konden de mensen helpen om antwoorden te krijgen op hun vragen.
|
| |
 |
Winterfeesten, lichtfeesten
|
 |
|
In allerlei culturen werden feesten gevierd ter verering van het licht. De kelten vierden hun winterfeest Samhain op 31 oktober. De Germanen in Noord-Europa vierden hun midwinterfeest, Joël, op de kortste dag van het jaar. De Romeinen vierden het mithrasfeest. Zij vereerden de Perzische zonnegod Mithras, die werd geïdentificeerd met de onoverwinnelijke zon. De joden en de christenen vieren ook nu nog lichtfeesten in de winter. De joden vieren het chanoekafeest, dat acht dagen duurt en waarbij elke dag één kaarsje meer wordt aangestoken op de chanoekakandelaar. De christenen vieren op 25 december de geboorte van Jezus. Ook bij dit feest speelt licht een belangrijke rol: het licht van de ster wijst de koningen naar het kind in de stal. Tegenwoordig wordt het kerstfeest gevierd met veel lichtjes in de kerstboom en in huis. Je zou kunnen zeggen dat de oude heidense gebruiken van de versierde boom en vele lichtjes een plaats hebben gekregen in onze hedendaagse kerstviering. Op 2 februari vieren de katholieken Maria-Lichtmis, het feest van het licht. Er worden kaarsen aangestoken voor vrede en geluk. Natuurlijk is het vuurwerk dat wordt afgestoken om het nieuwe jaar op 1 januari te verwelkomen ook licht in de duisternis.
|
| |
 |
Aanpassen aan de winter
|
 |
|
Planten, dieren en mensen passen zich voortdurend aan de seizoenen aan. Zo ook in de winter. Planten die in de winter kunnen overleven, hebben zich aangepast doordat ze dikke bladeren hebben (hulst), als het ware in elkaar kruipen (paardebloem, madelief), onder de grond blijven (wortel, ui) of veel bladlagen hebben (spruit, andijvie). Dieren passen zich aan door weg te trekken, een winterslaap te houden of een dikkere vacht te ontwikkelen. Ook de mens past zich aan de winter aan. Hij trekt warme kleren aan, zet de verwarming hoger, eet en drinkt typisch wintervoedsel zoals erwtensoep en stamppot. Toch is er wat betreft het gedrag van de mens veel veranderd in de loop der tijden. Vroeger werd zijn leven sterk bepaald door de seizoenen: hij at het voedsel dat bij het seizoen hoorde en liet zijn dag- en nachtritme bepalen door het licht van de zon. Tegenwoordig ziet een dag er in zomer of winter nauwelijks anders uit. Hetzelfde werk gaat gewoon door. Ook het voedsel wordt niet meer bepaald door de seizoenen. In zomer en winter liggen dezelfde groenten in de winkel. Door de overdekte zwem- en schaatsbanen is het tegenwoordig ook mogelijk om in de zomer te schaatsen en in de winter te zwemmen. Iets wat honderd jaar geleden nauwelijks denkbaar was.
|
| |
 |
Winterspreuken
|
 |
|
Er zijn allerlei spreuken die het weer in de winter voorspellen. De vele beukennootjes die er dit najaar zijn, zouden wijzen op een koude winter: 'veel harde noten op het hout, maakt de winter hard en koud'. Maar 'brengt oktober veel vorst en wind, dan zijn januari en februari mild'. Na een zachte oktobermaand geldt: 'is oktober warm en fijn, het zal een strenge winter zijn'. Zelfs in augustus kun je al iets over de komende winter zeggen: 'begint augustus heet, lang en wit het winterkleed'. Het weer in de winter doet op zijn beurt weer voorspellingen voor lente en zomer: 'Draagt januari een sneeuwwit kleed, dan is de zomer droog en heet.' Of: 'Februari zacht en stil, de noorderwind komt in april.' Molshopen in januari zeggen het volgende: 'Stoot de mol in januaar, kijk van kou in mei niet raar'. Ondanks al deze oude volkswijsheid is het seizoensweer in Nederland lastig te voorspellen.
|
| |
 |
 |
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|