Herfst: activiteiten voor groep 1 en 2


leerkracht.nlLesschetsForumAdresboekColofon


Thema: Herfst
  Herfstverhaal voorlezen
De kinderen benoemen herfstelementen die in een voorleesverhaal voorkomen.
  Herfstwandeling in het park
Tijdens een wandeling in de omgeving kijken de kinderen naar de herfst in de natuur.
  Vruchten en zaden in een voeldoos
De kinderen proberen vruchten en zaden te herkennen aan hun vorm.

Herfstverhaal voorlezen

Materiaal
- Herfstverhaal in prentenboek of voorleesboek, bijvoorbeeld 'De verrassing' uit Het hele jaar rond (Lemniscaat, 1998).

Tijd
15 minuten

Doel
Door naar een verhaal te luisteren, leren de kinderen wat er zoal in de herfst gebeurt (met de dieren, de planten, het weer en de mensen). Na afloop worden in een groepsgesprek de herfstelementen uit het verhaal benoemd.

- Vertel de kinderen dat u een verhaal over de herfst gaat voorlezen. Weten ze wat de herfst is en wat er dan in de natuur gebeurt?
- Vraag de kinderen om op de specifieke herfstelementen in het verhaal te letten.
- Vraag de kinderen na afloop of ze weten waarom dit een herfstverhaal is. Welke kenmerken van de herfst kunnen ze opnoemen? Wat hebben ze gemist?

Opmerking
Kies een verhaal waarin allerlei elementen uit de herfst voorkomen, zoals: wind en regen, zaden en vruchten, afgevallen bladeren, kinderen of dieren in dikke truien, spinnen of paddestoelen.

 

Herfstwandeling in het park

Materiaal
- zakjes of mandjes voor het verzamelen van zaden en vruchten
- extra begeleiding, afhankelijk van het aantal kinderen (een begeleider op zes kinderen)

Tijd
1 uur

Doel
Aan de hand van vragen en opdrachten bestuderen de kinderen de natuur tijdens een herfstwandeling.

- Vertel de kinderen dat ze zo dadelijk in groepjes een herfstwandeling gaan maken. Met elk groepje gaat een begeleider mee die de kinderen opdrachten geeft.
- Spreek met de kinderen af dat ze niets plukken van levende bomen en struiken en dat ze geen paddestoelen meenemen.
- Verdeel de klas in groepjes van zes tot acht kinderen.
- De volgende vragen en opdrachten kunnen een leidraad voor de wandeling zijn:

  • Verzamel zaden en vruchten: welke kleur hebben ze? Hoe heten ze? Waar vind je ze?


  • Verzamel afgevallen bladeren: welke vorm en kleur hebben ze? Van welke boom zijn ze?


  • Bekijk paddestoelen: verschillen ze in vorm en kleur? Let op: niet vernielen of meenemen!


  • Bekijk takken. De knoppen waaruit in het voorjaar de nieuwe blaadjes komen, zitten er al aan.


  • Let op nesten van vogels: waarvan is het nest gemaakt? Waarom juist daar?


  • Let op spinnenwebben, groenblijvende bomen, overtrekkende vogelzwermen, veranderende herfstlucht.
Opmerking
Het is natuurlijk fijn als u een wandeling kunt maken in een dichtbij gelegen park of bos, maar ook een wandeling in de buurt kan al veel laten zien. Zoek wel een plaats uit waar verschillende bomen en planten staan en waar u de rust hebt om met de kinderen de natuur te bekijken en erover te praten.
 

Vruchten en zaden in een voeldoos

Materiaal
- grote kartonnen doos (liefst groter dan een schoenendoos) met deksel
- verschillende zaden en vruchten, zoals eikels, kastanjes, dennenappels, rozenbottels, beukennootjes
- eventueel een blinddoek

Tijd
20 minuten

Doel
De kinderen leren verschillende zaden en vruchten herkennen aan hun vorm, structuur, grootte, enzovoort.

- Leg verschillende zaden en vruchten in het midden van de groep op tafel of op een kleed op de grond.
- Vertel de kinderen dat het herfst is. In de herfst maken planten en bomen vruchten en zaden. Wij eten zelf ook vruchten; die kopen we bij de groenteboer (bijvoorbeeld appels, peren).
- Bekijk samen met de kinderen de vruchten en de zaden:

  • Heb je deze vruchten en zaden wel eens eerder gezien?


  • Weet je hoe ze heten?


  • Noem een naam en laat een kind de goede vrucht zoeken. Of laat een vrucht zien en laat een kind de goede naam noemen.


  • Wat zijn de verschillen tussen de verschillende zaden en vruchten? Let hierbij op kleur, grootte, vorm (waar lijkt het op?), gewicht, oppervlak (ruw of glad).
- Stop nu de vruchten en de zaden in de 'voeldoos'.
- Laat de kinderen iets uit de voeldoos pakken en zonder te kijken raden wat ze in hun hand hebben. (Dit kan ook met een blinddoek.) Laat hen beschrijven wat ze voelen, zoals: het is rond, het is glad en het heeft een steeltje, het is een appel.
 

Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO



Herfst: achtergrondinformatie

Herfst: activiteiten voor groep 3 en 4
Herfst: activiteiten voor groep 5 en 6
Herfst: activiteiten voor groep 7 en 8





©Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.