|
|
  |
Thema: Herfst
De dagen worden korter
|
 |
|
Op 22 september begint voor het noordelijk halfrond de herfst. Op 23 september staat de zon loodrecht boven de evenaar. De dag en de nacht duren dan elk even lang: twaalf uur. Dat heet 'dag-en-nacht-evening' of 'equinox'. Op de noordpool begint op dat moment een nacht die zes maanden gaat duren. Op de zuidpool gaat de zon de hele zomer niet meer onder: een dag die zes maanden duurt. Op 22 september 2000 komt de zon op om 07.28 uur en gaat onder om 19.28 uur. Elke volgende dag in september is ongeveer vier minuten korter dan de vorige. In oktober worden de dagen steeds ongeveer drie minuten korter, in november twee. In december worden de dagen nog ruim één minuut per dag korter tot het 21 december is. Dat is de kortste dag van het jaar en het einde van de herfst.
|
| |
 |
De bladeren vallen
|
 |
|
Doordat het steeds kouder wordt, stroomt er in de stammen van de bomen geen sap meer omhoog. Als de bladeren zouden doorgaan met het verdampen van water, zou de boom uitdrogen. Echter, omdat de boom steeds minder licht krijgt, wordt er aan de bladsteel een laagje kurkcellen gevormd. Daardoor valt het blad van de boom. Voor het zover is, wordt het bladgroen afgebroken en geeft de boom afvalstoffen aan het blad af. Daardoor ontstaan die prachtige herfstkleuren. Op de grond hopen de dode bladeren zich op. Daar worden ze aangetast door regenwormen, schimmels en bacteriën. Zo ontstaat humus, de mest waarmee de plant zich het jaar daarop weer voedt.
|
| |
 |
Namen van de maanden
|
 |
|
De maand september wordt 'herfstmaand' genoemd. In oktober worden de druiven geplukt voor de wijn, vandaar de naam 'wijnmaand'. November heet 'slachtmaand', omdat de mensen vroeger in die maand dieren slachtten om een voorraad vlees te hebben voor de winter. December is de 'wintermaand'.
|
| |
 |
Herfsttijd, oogsttijd
|
 |
|
In de tijd dat Nederland nog voornamelijk agrarisch was, hadden de natuur en de seizoenen een grote invloed op de culturele uitingen van de mens. Veel gebeurtenissen hingen samen met het werk op het land. Zo was er na het binnenhalen van de oogst tijd voor het afhandelen van administratieve zaken en werd het agrarische jaar afgesloten. De pacht moest betaald worden. Seizoenarbeiders kregen hun loon en konden weer naar huis. De dienstmeiden en de knechten hoorden of hun contract werd verlengd. Kortom, het werk op het land was gedaan en de mensen gingen binnenshuis aan het werk. Herfstvruchten en groenten werden gedroogd of ingemaakt voor de lange winter. Koeien, varkens en andere dieren werden geslacht. Er werd meel gemalen en opgeslagen. De herfst was een tijd van overvloed. En zeker als het buiten koud en guur werd, richtten de mensen zich op het vieren van de feestdagen.
|
| |
 |
Herfstfeesten
|
 |
|
Op 11 november is er het feest van Sint Maarten. Het verhaal gaat dat Sint Maarten als soldaat van het Romeinse leger zijn mantel in tweeën scheurde en een helft aan een bedelaar gaf. In de nacht daarna zou hij Christus hebben gezien met diezelfde mantel om. Hierna bekeerde hij zich tot het christendom. Na zijn dood werd hij heilig verklaard. Het feest van St. Maarten wordt in ons land gevierd door kinderen die met lampions of kaarsjes in uitgeholde knollen of pompoenen langs de deur gaan en vragen om iets lekkers. In Ierland, Groot-Brittanië en Amerika wordt in de nacht van 31 oktober Halloween gevierd. Pompoenen worden uitgehold en uitgesneden tot maskers waarin men een brandende kaars plaatst. De pompoenen verbeelden de geesten van dode mensen. Tijdens het Halloween-feest komen die geesten op aarde terug en zwerven tussen de levenden. Andere feestdagen in de herfst zijn: Allerheiligen (1 november, rooms-katholieken herdenken hun heiligen), Allerzielen (2 november, rooms-katholieken herdenken hun doden), Sint Hubertus (3 november, beschermheilige van de jacht) en Sint Cecilia (22 november, patrones van de muzikanten).
|
| |
 |
 |
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|