|
|
  |
Thema: Lente
|
Over zwaluwen en onweer Al eeuwen geleden deden de boeren voorspellingen aan de hand van het weer. Daaruit ontstonden allerlei spreuken over het weer. De kinderen zoeken naar zulke spreuken in de bibliotheek, het documentatiecentrum of op internet en maken een weerkalender. |
|
Lentekriebels In de lente gaat het bij veel dieren kriebelen. Denk maar aan de Disneyfilm Bambi, waarin de vogels verliefd om elkaar heen fladderen en ook Bambi en zijn vrienden verliefd worden. Ook mensen krijgen lentekriebels. Wat heeft verliefd zijn met de lente te maken? De kinderen praten erover. |
|
Hooikoortsalarm Na de koude winter vinden we het heerlijk, als in de lente de zon weer schijnt. Bomen en planten gaan groeien en alles komt tot leven. Maar sommigen vinden de lente niet zo’n fijn jaargetijde. Zij hebben namelijk last van hooikoorts. Wat dat precies is en wat je ertegen kunt doen, zoeken de kinderen op internet op. |
 |
|
|
• informatieve boeken over het weer, woordenboeken, boeken met spreekwoorden en gezegdes • eventueel computer met internetaansluiting • pen en papier • een vel A3-papier
|
|
|
|
|
De kinderen bespreken weerspreuken en maken een weerkalender.
|
|
– Schrijf de volgende spreekwoorden op het bord: Maart roert zijn staart en April doet wat hij wil. – Vraag de kinderen wat ze over de twee zinnen kunnen vertellen. Beide spreekwoorden vertellen iets over het weer. Maart roert zijn staart betekent dat er in maart vaak veel wind is en dat het weer wisselvallig is. April doet wat hij wil betekent dat het weer in april kan variëren van warm en zonnig tot vriezen en sneeuw. – Vertel de kinderen dat er veel oude spreekwoorden en gezegdes over het weer zijn. Omdat de mensen vroeger geen dagelijks weerbericht hadden, probeerden ze het weer te voorspellen aan het hand van overleveringen. Of die overleveringen altijd juist waren, is natuurlijk maar de vraag. Geef drie voorbeelden van zulke spreekwoorden. Bespreek ook de betekenissen. • Is het op Sint-Rubertus (27 maart) helder en rein, dan zal ook zo de zomer zijn. • Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed. • Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen. – Vertel de kinderen dat ze in groepjes spreekwoorden of gezegdes over het weer in de lente gaan zoeken. Laat ze zoeken naar spreuken met een voorspellend karakter. Ze doen dit in de bibliotheek of in het documentatiecentrum. Eventueel zoeken ze spreekwoorden op de website: http://www.weeramateur.nl. Ze klikken dan eerst op Nederlandse versie en vervolgens op het plaatje Weerspreuken. – Verdeel de kinderen in groepjes van drie. Elk groepje zoekt twee spreekwoorden of gezegdes. Laat de kinderen ook de betekenissen opschrijven. – Maak in de klas een weerkalender. Gebruik een groot vel papier en zet er Lente 2006 (20 maart-21 juni) boven. Verdeel het vel in twee kolommen. – Schrijf de spreekwoorden in de linkerkolom. Zet de spreekwoorden zonder tijdsaanduiding bovenaan. Noteer daaronder de spreekwoorden die wel een tijdsaanduiding hebben met vermelding van de datum in de juiste volgorde. – Volg de kalender gedurende de lentemaanden. Laat de kinderen per spreekwoord bepalen welke voorspellingen ze kunnen doen. Laat ze de voorspellingen noteren in de rechterkolom. – Vergelijk het weer in de zomer met de voorspellingen die in de lente zijn gemaakt. Waren de voorspellingen juist? Wat zegt dat over de weerspreuken?
|
|
 |
| |
 |
|
|
|
De kinderen voeren een gesprek over lentekriebels en verliefd zijn.
|
|
– Vraag de kinderen of ze kunnen vertellen wat lentekriebels zijn. Kennen ze de Disneyfilm Bambi? Wat gebeurt daar als de lente begint? Laat enkele kinderen beschrijven hoe de dieren zich gedragen en hoe ze zich voelen. – Voer met de kinderen een gesprek waarbij de volgende vragen aan bod komen: • Waarom krijgen de dieren juist lentekriebels in de lente? (In de natuur is de lente de tijd dat er gepaard wordt, vogels bouwen hun nest en leggen een ei, lammetjes worden geboren enzovoort.) • Ben je altijd verliefd als je lentekriebels hebt, of kun je ook andere soorten lentekriebels hebben? Denk aan in de tuin werken, schoonmaken, lekker lang buiten spelen, geen jas aan willen doen. • Op welke manier voel jij het kriebelen in de lente? Wat ga je dan doen? – Sluit het gesprek af met een samenvatting. Vertel dat de lente het jaargetijde is, waarin mensen en dieren weer uit hun schuilplaats komen. Ze willen genieten van de natuur, de bloemen en de zon. Ze worden er vrolijk van en willen graag bij elkaar zijn. Daarom worden veel dieren en vaak ook mensen in de lente verliefd. Suggestie Laat de kinderen naar aanleiding van het gesprek een gedicht over de lente schrijven. Gebruik als instructie voor het maken van het gedicht de activiteit Herfsthaiku’s (voor groep 5 en 6) of Herfstgedichten (voor groep 7 en 8) uit de lesbrief Herfst.
|
|
 |
| |
 |
|
|
• computer met internetaansluiting • pen en papier • eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren; hierin kunnen ze ook een of meer prints opbergen
|
|
|
|
|
30 minuten (per groepje van twee of drie kinderen)
|
|
|
|
|
De kinderen zoeken informatie over hooikoorts op internet en bekijken het actuele hooikoortsbericht.
|
|
– Vraag de kinderen wie er wel eens last heeft van hooikoorts. Laat die kinderen erover vertellen. Hoe voelen ze zich? Wanneer hebben ze last? Weten ze ook hoe hooikoorts ontstaat? – Leg uit dat hooikoorts een allergische reactie is. Dat betekent dat je lichaam overgevoelig is voor een bepaalde stof. Bij hooikoorts ben je gevoelig voor stuifmeel van gras en andere planten. – Laat de kinderen meer informatie opzoeken over hooikoorts op de volgende websites: • Algemene informatie over hooikoorts op: http://www.kring-apotheek.nl/zz/mainzz14.html http://www.knmi.nl/VinkCMS/concepts.jsp (Klik in de alfabetische woordenlijst op hooikoorts.) • Dagelijks hooikoortsbericht vanaf half maart op de site: http://www.weeronline.nl/nlnlpol.htm – De kinderen zoeken informatie over hooikoorts die zij interessant vinden en maken daar een paar korte aantekeningen bij. Ze bekijken ook het actuele hooikoortsbericht. Eventueel printen ze een of meer internetpagina’s en doen die in hun internetmap. – Bespreek de informatie die de kinderen hebben gevonden. Voor wie is het actuele hooikoortsbericht bedoeld? Wat kun je ermee doen?
|
|
 |
| |
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|