|
|
  |
Thema: Gebarentaal
|
Gebaren in de kunst Wie kent niet de denker van Rodin of de glimlach van de Mona Lisa? Houding en gebaar zeggen genoeg. Zo zijn er veel houdingen en gebaren in de kunst die de kunstenaar gebruikt om zijn idee duidelijk te maken. De kinderen kijken op kunstafbeeldingen wat de houdingen en gebaren van de afgebeelde personen uitdrukken. |
|
Een lichaam van ijzerdraad IJzerdraad is naast klei bij uitstek geschikt om de houding en gebaren van een figuur vorm te geven. Buigen met ijzerdraad geeft meer abstracte vrijheid dan boetseren met klei. De kinderen maken van ijzerdraad een mensfiguur. Na afloop wordt besproken wat de houding en gebaren vertellen over die figuur. |
|
Gebarentaal op internet Gebarentaal voor doven is voor veel kinderen abracadabra. Op twee websites over lichaamstaal kunnen ze er echter alles over leren. En wat het aardige is: ze kunnen hun eigen naam in gebarentaal printen. |
 |
Materiaal
|
 |
- kunstboeken met een grote variatie aan kunstwerken (zowel oude als nieuwe kunst), waarop mensen zijn afgebeeld - voorbeelden van kunstwerken waarin duidelijk gebaren worden gemaakt, bijvoorbeeld: de discuswerper van Myron, de denker van Rodin of het beeld 'Verwoeste stad' van Zadkine in Rotterdam
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen gaan op zoek naar houdingen en gebaren in de kunst.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens naar een kunstwerk kijken: een schilderij in een museum, een beeld in een park, een schildering in een kerk of een afbeelding in een boek. Valt het ze op hoe mensen worden afgebeeld? Laat enkele meegebrachte voorbeelden zien. Wat voor gebaren maken de mensen op de kunstwerken? In wat voor houding zijn ze afgebeeld? Welke gebaren maken ze? Wat willen ze met dat gebaar of die houding zeggen? - Vertel de kinderen dat ze in groepjes op zoek gaan naar houdingen en gebaren in de kunst. Het gaat daarbij om houdingen en gebaren die zowel uiting geven aan wat de afgebeelde persoon doet (danseres) als wat die persoon voelt of denkt (verlangen, droefheid). - De kinderen zoeken in groepjes naar houdingen en gebaren in de kunst. Ze kunnen daarbij gebruikmaken van diverse kunstboeken over zowel oude als moderne kunst. Laat ze zoeken naar verschillende vormen van kunst, zoals schilderen, beeldhouwen, keramiek, fotografie, enzovoort. Ook op internet zijn veel kunstafbeeldingen te vinden, bijvoorbeeld op de websites van diverse musea. - Bespreek na afloop de verschillende kunstafbeeldingen die de kinderen hebben gevonden. Laat ze vertellen welke houdingen en gebaren erop te zien zijn en wat die uitdrukken. Zijn er gebaren en houdingen die vaak terugkomen? - Vraag tot slot welke kunstwerken de kinderen qua houding en gebaren het meest aanspraken.
|
| |
 |
Een lichaam van ijzerdraad
|
|
|
|
Materiaal
|
 |
- dun ijzerdraad - tangetje - voorbeelden van houdingen en gebaren in de kunst, bijvoorbeeld de discuswerper van Myron of de denker van Rodin
|
Tijd
|
 |
|
45 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken een mensfiguur van ijzerdraad.
|
 |
- Vraag de kinderen hoe je aan de houding en gebaren van iemand kunt zien wat hij doet, denkt of voelt. Geef als voorbeeld een foto van een sporter waaraan je duidelijk kunt zien welke sport hij uitoefent. Geef ook voorbeelden van houdingen die een bepaalde gemoedstoestand uitdrukken, zoals de denker van Rodin of Maria als bedroefde moeder onder het kruis. Hoe zijn de gemoedstoestanden afgebeeld? Vaak hebben de kunstwerken namen die iets zeggen over de houding of gebaren, bijvoorbeeld: de denker, de discuswerper, de bedroefde moeder onder het kruis, de glimlach van de Mona Lisa. - Vertel de kinderen dat ze zelf een kunstwerk gaan maken van een mensfiguur waarbij je aan de houding of gebaren kunt zien wat die persoon doet, denkt of voelt. De kinderen maken een kunstwerk van ijzerdraad. Maak afspraken over de manier van werken (kleine stukken draad knippen en aan elkaar maken met een tangetje). Als de kinderen nog nooit op deze manier gewerkt hebben, kunt u voordoen hoe het ijzerdraad gebogen kan worden. - De kinderen maken een mensfiguur van ijzerdraad. Ze zijn vrij in het kiezen van de figuur. Geef zo nodig voorbeelden door te vragen wat iemand zoal kan doen, denken of voelen en hoe je dat aan de houding en gebaren kunt zien. - Bespreek de werkstukken. Laat de kinderen aan de hand van de houding en gebaren raden wat de figuur doet, denkt of voelt. Pas daarna geeft degene die het werkstuk heeft gemaakt daarover uitsluitsel. - Laat de kinderen tot slot een titel bedenken voor hun werkstuk. Herinner daarbij aan de voorbeelden die u in het begin gaf (de discuswerper, de denker, de bedroefde moeder, de verwoeste stad). Geef de werkstukken een mooie plaats in de klas. Eventueel kunt u ze (met titel) exposeren op een ouderavond.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- het handalfabet (uitdraai van internet) - computer met internetaansluiting - papier en pen - eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren, alsook een of meer prints van de website opbergen
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten (per groepje van twee of drie leerlingen)
|
Doel
|
 |
|
De kinderen zoeken op internet informatie over gebarentaal en printen hun eigen naam in gebarentaal.
|
 |
- Vertel de kinderen dat mensen met elkaar spreken via taal. Maar hoe gaat dat bij doven? Die gebruiken gebarentaal. Hoe werkt gebarentaal? Is er ook een gebarenalfabet? - Vertel de kinderen dat ze op internet informatie gaan zoeken over gebarentaal voor doven. Ze bezoeken twee speciale websites. Op die websites kunnen ze alles over gebarentaal en het Nederlandse handalfabet te weten komen. Op de ene website kunnen ze hun eigen naam in het handalfabet spellen en printen, op de andere website kunnen ze via een spel nagaan of ze gebarentaal kunnen verstaan. - De kinderen zoeken op internet: http://www.vitaal.denhaag.org en http://www.effatha.nl. - Op de website van Vi-taal bezoeken de kinderen de Gebarenfabriek en klikken vandaaruit door naar het Nederlandse handalfabet en de geschiedenis van het handalfabet. Na afloop kunnen ze hun eigen naam in het handalfabet spellen en printen. - Op de website van Effatha bekijken de kinderen het Gebarenboek en spelen daarna het gebarenspel. Laat de kinderen zelf een bericht samenstellen dat ze later in de klas uitbeelden. - De belangrijkste gegevens noteren de kinderen op een blaadje of in hun internetmap. Zo mogelijk printen ze een of meer pagina's die ze in hun intermap opbergen. - Na afloop informeren de kinderen elkaar over gebarentaal en het handalfabet. Leid het gesprek aan de hand van vragen als:
|
- Hoe is gebarentaal ontstaan?
- Waar wordt gebarentaal gebruikt? (ook bij sommige programma's op tv)
- Kun je iets uit je hoofd in gebarentaal zeggen?
- Hoe is het handalfabet ontstaan?
- Ken je één of meer letters van het handalfabet uit je hoofd? (je eigen naam?)
- Kun je dat in gebarentaal uitvoeren?
|
 |
|
- Laat de kinderen tot slot het bericht in gebarentaal uitbeelden dat ze tijdens het bezoek aan de website van Effatha hebben samengesteld. De andere kinderen proberen te achterhalen wat er gezegd wordt.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|