|
|
  |
Thema: Gebarentaal
|
In de houding Hoe reageer je als je schrikt? Als je leuk nieuws hoort? Als je teleurgesteld bent? Is dat aan je houding te zien? De kinderen zoeken tekeningen en foto's van mensen en kijken wat hun houding van deze mensen vertelt. |
|
Gebaren in de sport Een scheidsrechter die zijn hand opsteekt, een judoka die buigt, een honkbalcoach die vreemde tekens seint: in de sport spelen gebaren een belangrijke rol. De kinderen maken een inventarisatie van gebaren in zoveel mogelijk takken van sport. |
|
Lichaamstaal op internet Een knipoog, een glimlach, een wegwerpgebaar: het lichaam spreekt soms duidelijke taal. Op internet staat een website die daar uitgebreid op ingaat. De kinderen bezoeken deze interessante website. |
Materiaal
|
 |
|
- foto's en tekeningen van mensen in verschillende situaties (krant, tijdschrift, strips)
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen onderzoeken wat de houding van iemand zegt.
|
 |
- Laat de kinderen een foto uit de krant of een tekening uit een strip zien. Vraag wat er op de tekening of de foto te zien is. Wat gebeurt er? (bijvoorbeeld: iemand die vlucht, stripfiguur die in de lucht springt of heel boos is) Kun je alleen aan de houding zien wat er gebeurt? Vertel dat reacties van mensen altijd aan hun houding en gebaren te zien zijn; vaak heb je daar geen woorden voor nodig. Geef enkele voorbeelden (een foto in de krant van iemand die vlucht voor oorlogsgeweld of een foto van iemand die stralend een prijs in ontvangst neemt). Strips zijn ook uitstekende voorbeelden omdat daarin houdingen en gebaren vaak uitvergroot worden. - Vertel de kinderen dat ze in kranten, tijdschriften, boeken en strips gaan zoeken naar foto's en tekeningen waarop aan de houding van de mensen duidelijk te zien is wat er gebeurt en hoe de reactie is. - Om duidelijk te maken dat reacties van mensen altijd aan hun houding en gebaren 'af te lezen' zijn, laat u enkele leerlingen voor de klas reageren op fictieve situaties. U zegt bijvoorbeeld dat een leerling een tweede prijs voor zijn opstel heeft ontvangen. Hoe reageert hij daarop? Wat kun je aan zijn houding zien? De andere kinderen zeggen hoe de leerling de tweede prijs ervaart (heel blij, onverschillig, teleurgesteld omdat hij de eerste prijs niet heeft gekregen). Een ander voorbeeld: u stuurt een leerling de klas uit omdat hij steeds weer zit te vervelen. Hoe reageert de leerling? Kun je aan zijn houding en gebaren zien wat hij ervan vindt? - De kinderen zoeken in groepjes naar foto's en tekeningen, waarbij ze proberen met behulp van de houdingen en gebaren van mensen te verklaren wat er aan de hand is en hoe daarop wordt gereageerd. Soms moet je gissen, omdat er onbekend is wat er is gebeurd. Maar desondanks kun je aan de houding vaak iets aflezen. Laat de kinderen rustig gissen naar wat er gebeurd kan zijn. Het gaat erom dat ze aan de houding en de gebaren kunnen zien hoe iemand zich voelt. Als duidelijk te zien is dat iemand verdrietig is, maakt het minder uit waardoor dat komt. Houding en gebaren spreken voor zich! - Na afloop laten de kinderen elkaar de foto's en tekeningen zien. Verzamel het materiaal en leg het op een tafel of hang het op, zodat alle kinderen het kunnen zien. Wijs een foto of een tekening aan en laat de kinderen kort reageren. Stuur dit zo nodig door te vragen: Wat is er aan de hand? Of: hoe voelt die persoon zich? Pas na deze eerste reactie vraagt u hoe dat zou komen. Kun je aan de houding en de gebaren zien wat er is gebeurd? - Tot slot kunnen de kinderen een strip van vier tekeningen maken, waarin ze iemand tekenen in vier verschillende houdingen die overeenkomen met een bepaalde gemoedstoestand. Na afloop laten ze die aan de andere kinderen zien. Wat zeggen houding en gebaren over de afgebeelde persoon?
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
|
- foto's van sportsituaties waarbij gebaren worden gemaakt (scheidsrechter met hand omhoog, judoka's die naar elkaar buigen enzovoort)
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen gaan op zoek naar gebaren in de sport.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens naar een sportwedstrijd gaan of naar sport op tv kijken. Welke gebaren worden daarbij gemaakt door spelers, scheidsrechters en coaches? Zijn er ook gebaren die noodzakelijk zijn om het spel zonder problemen te laten verlopen? Wie maakt die gebaren? - Vertel de kinderen dat ze in groepjes op zoek gaan naar gebaren in de sport. Het gaat daarbij vooral om gebaren die nodig zijn om het spel goed en snel te laten verlopen, maar ook gebaren die zijn afgesproken door spelers onderling, scheidsrechters en coaches zijn van belang. - De kinderen zoeken in groepjes naar gebaren in de sport. Ze kunnen daarbij gebruikmaken van foto's uit kranten, tijdschriften en sportboeken. U kunt de kinderen zelf een sport laten kiezen of per groep één of meer sporten als opdracht geven. - Bespreek de verschillende sporten met de bijbehorende gebaren. Splits die in drie soorten:
|
- gebaren die nodig zijn om het spel in goede banen te leiden;
- gebaren die onderling zijn afgesproken door spelers en coaches;
- gebaren die sporters als individu uitvoeren.
|
 |
|
- Vergelijk de gebaren in de verschillende sporten en zet ze per sport op een rij. Hier volgen enkele voorbeelden:
|
- balsporten: scheidsrechters (penalty), lijnrechters (buitenspel), trainers (wisselen, time-out, aanwijzingen door middel van tekens bij honkbal), spelers (hand geven bij wisselen, kruisje maken bij opkomst);
- vechtsporten: scheidsrechters (gebaar bij het scoren van een punt, tellen bij knock-out van een bokser) en deelnemers (buigen bij judo, hand op de grond slaan bij overgave);
- snelheidssporten (atletiek, schaatsen): starter (pistool omhoog).
|
 |
|
- Vraag tot slot welke gebaren de kinderen zelf maken als ze aan het sporten zijn.
|
| |
 |
Materiaal
|
 |
- computer met internetaansluiting - papier en pen - eventueel een internetmap waarin de kinderen de naam van de bezochte website en de belangrijkste gegevens noteren, alsook een of meer prints van de website opbergen
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten (per groepje van twee of drie leerlingen)
|
Doel
|
 |
|
De kinderen zoeken op internet informatie over lichaamstaal en onderzoeken of ze hier ook zelf gebruik van maken.
|
 |
- Vraag de kinderen of ze wel eens van lichaamstaal hebben gehoord. Leg uit wat het is en geef enkele voorbeelden (schouders ophalen, wegwerpgebaar maken, wenkbrauwen fronsen). De kinderen raden wat u daarmee bedoelt te zeggen. - Vertel de kinderen dat lichaamstaal ook een vorm van communicatie is. Op internet staat een website die daar helemaal aan is gewijd. - De kinderen zoeken op internet: http://www.lichaamstaal.com. - De kinderen klikken op 'Vormen' of 'Toepassingen' boven aan de pagina en lezen de informatie die op het scherm verschijnt. - De belangrijkste gegevens noteren de kinderen op een blaadje of in hun internetmap. Zo mogelijk printen ze een of meer pagina's die ze in hun intermap opbergen. - Na afloop informeren de kinderen elkaar over verschillende vormen en toepassingen van lichaamstaal. Inventariseer dit door een bepaald lichaamsdeel te noemen en te vragen hoe je met dit deel van je lichaam kunt 'spreken'. - Vraag de kinderen welke vormen van lichaamstaal ze zelf toepassen en welke ze bij anderen vaak zien. - Als verwerking kunt u de kinderen in groepjes een kort toneelstukje laten spelen waarbij zoveel mogelijk lichaamstaal wordt gebruikt. Na afloop zeggen de andere kinderen of ze de lichaamstaal hebben begrepen.
|
| |
 |
 |
|
Auteur: Ben Verschuren © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V. en KRO
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|