|
|
  |
Thema: De hond
|
Een puppie is lief! Jonge dieren zijn vertederend. Veel babydieren hebben een aparte naam. Zo noemen we een babyhondje een pup. In deze activiteit maken de kinderen kennis met namen van babydieren. |
|
Dribbel is jarig Dit jaar (2005) viert Dribbel, het bekende hondje uit de prentenboeken en tekenfilmpjes, zijn 25-jarig bestaan. In deze activiteit bekijken de kinderen verschillende Dribbel-boekjes in de klas. Ook maken ze een Dribbel-hoek om zijn verjaardag te vieren. |
|
Honden aaien Veel mensen en kinderen vinden het fijn om een hond aan te halen. Toch is dat niet altijd zonder risico. De hondenbescherming geeft adviezen voor het omgaan met honden. De kinderen leren in deze activiteit regels voor het aaien van honden. |
Materiaal
|
 |
|
• dierenknuffeltjes die de kinderen van thuis meebrengen Voorbereiding Vertel de kinderen dat u het in de klas wilt hebben over babydieren. Vraag ze om van thuis één knuffeldier mee te brengen. Geef eventueel een briefje met uitleg mee voor de ouders of verzorgers.
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen leren de namen van babydieren aan de hand van meegebrachte knuffels.
|
– Ga met de kinderen in een kring zitten. Vraag ze om hun knuffeldier te laten zien. Laat een kind vertellen wat hij of zij heeft meegebracht. Zijn er meer kinderen met hetzelfde dier? Ook zij mogen hun knuffel laten zien. Laat de kinderen in een groepje bij elkaar op de grond gaan zitten. – Doe hetzelfde met andere diersoorten. – Er ontstaan nu verschillende groepjes met dieren (hond, poes, konijn, varken, koe, paard, ezel, beer enzovoort). Misschien zijn er ook kinderen met een knuffel die niemand anders heeft. Zet die kinderen ook bij elkaar. – Bespreek de dieren per groepje. Hoe zien de vader- en moederdieren eruit? Hoe zien de babydieren eruit? Waaraan kun je zien dat het een baby is? (grote ogen, soms zijn ze nog dicht, weinig haar, andere kleur, heel klein, dicht bij mama in de buurt blijven, drinken bij de moeder) – Noem de namen van de babydieren: een hondenbaby heet een pup, een poezenbaby heet een kitten, een schapenbaby heet een lam, een varkensbaby heet een big, een koeienbaby heet een kalf, ook een jonge olifant heet een kalf, een ezel- of paardenbaby heet een veulen, een leeuwenbaby heet een welp, een kippen- of eendenbaby heet een kuiken. Andere babydieren worden meestal ‘jong’ genoemd, bijvoorbeeld een berenjong. – Ga weer in de kring zitten. Vraag de kinderen een voor een om hun knuffel te laten zien en erbij te vertellen wat voor dier het is. Is het een babydier? Zo ja, hoe heet het diertje dan?
|
|
 |
| |
 |
Materiaal
|
 |
• Dribbel-boekjes uit de bibliotheek • (tafel)kleed • feestartikelen (feesthoedje, slingers, ballonnen) • tekenpapier • kleurpotloden
|
Tijd
|
 |
|
20 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen maken kennis met de boekjes van de pup Dribbel en richten een Dribbel-hoek in.
|
– Vraag de kinderen of ze Dribbel kennen. Laat ze vertellen wie Dribbel is, waar hij woont, hoe hij eruitziet, hoe zijn vriendjes heten enzovoort. Dribbel woont met vader Max en moeder Drieka in een huis. Zijn vrienden zijn Leentje, Steven en Tom. Dribbel gaat graag op bezoek bij zijn opa en oma. – Vertel dat Dribbel al 25 jaar bestaat en dat het daarom feest is. – Lees een paar Dribbel-boekjes voor. Bespreek ze steeds kort na. Over wie gaat het boekje? Wie komen erin voor? Wat gebeurt er? Hoe loopt het af? Vraag na afloop welk boekje de kinderen het leukst vinden en waarom. – Richt in de klas een Dribbel-hoek in. Gebruik een tafeltje met een kleed. Stal daarop de Dribbel-boekjes uit. Zet er het getal 25 bij. Kleed het verder aan met feestartikelen zoals een feesthoedje, slingers en ballonnen. Laat de kinderen eventueel zelf dingen meebrengen die in het Dribbel-hoekje mogen. – Laat de kinderen Dribbel tekenen. Hang de tekeningen op in de klas.Suggestie Bekijk eventueel in de klas de Dribbel-website voor meer achtergrondinformatie, een kalender met nieuws en kleurplaten, en eenvoudige spelletjes voor de kinderen.
|
|
 |
| |
 |
Materiaal
|
 |
• adviezen uit de achtergrondinformatie, zie ‘Honden aaien’ • grote hondenknuffel (als voorbeeld in de klas)
|
Tijd
|
 |
|
30 minuten
|
Doel
|
 |
|
De kinderen leren regels voor het aaien van een hond.
|
– Vraag de kinderen of ze het fijn vinden om een hond te aaien. Hoe voelt het als je een hond aait? – Vinden ze het ook wel eens niet fijn om een hond te aaien? Wanneer vinden ze dat? – Vertel dat er regels zijn voor het aaien van honden. Die helpen je goed met honden om te gaan. Want honden zijn, net als mensen, heel verschillend. Sommige zijn rustig en houden van knuffelen. Andere zijn druk en willen juist spelen. Als je een hond niet kent, is het belangrijk dat je eerst met hem kennismaakt. Laat de kinderen hierop reageren en eventuele mindere goede ervaringen met honden vertellen. – Bespreek de regels voor het aaien van honden uit de achtergrondinformatie, zie ‘Honden aaien’. Gebruik een knuffelhond om het aaien voor te doen en de kinderen te laten oefenen. – Herhaal de regels af en toe. Gebruik ze als u met de klas onderweg bent en vreemde honden tegenkomt. Laat de kinderen ook vertellen over hun ervaringen met de regels voor het aaien van honden.Suggestie Geef de kinderen een briefje mee waarop de regels voor het aaien van honden staan. Zo kunnen de regels ook thuis worden gebruikt.
|
|
 |
| |
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|