|
|
  |
Thema: De hond
|
|
|
Mensen houden van honden. Honden zijn huisdieren waar je een hechte band mee kunt opbouwen. Ze zijn aanhankelijk en trouw en houden mensen gezelschap. Er zijn zoveel verschillende honden dat je altijd wel een hond kunt vinden die bij je past. Een kleine of grote, een lieve of stoere, een rashond of een ‘gewone’ hond. Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 1,5 miljoen honden. Honden zijn goed te trainen en dat is ook wel nodig voor dieren die veelal in huis worden gehouden. Jonge pups moeten net als kinderen worden opgevoed. Ze moeten zindelijk worden, leren om naar hun baasje te luisteren en leren wat wel en niet mag in huis. Sommige baasjes gaan daarvoor met hun hond naar een puppycursus of gehoorzaamheidstraining.
|
|
 |
|
|
|
Al 15000 jaar geleden begonnen de mensen honden te houden. Dat waren nog geen honden, zoals we die nu kennen. Het waren wolven die de voedselresten van de mensen opruimden. Ze waarschuwden ook bij gevaar en dienden zelf als voedsel. Later gingen de honden helpen bij de jacht. Honden hebben net als wolven een goed ontwikkeld sociaal ‘gevoel’. Vandaar dat ze goed te trainen zijn en verschillende taken kunnen uitoefenen. Blindengeleidehonden en speurhonden bij de politie zijn daar voorbeelden van.
|
|
 |
|
|
|
Omdat niet alle honden altijd een goed leven hebben, is de hondenbescherming in 1912 opgericht. De hondenbescherming streeft ernaar dat alle honden in Nederland op een verantwoorde manier worden gehouden. Dat betekent dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de aanschaf van een hond, dat een hond een goede opvoeding en verzorging krijgt, en dat er verantwoord wordt omgegaan met het fokken van honden. De website van de hondenbescherming bevat veel informatie die vooral voor volwassenen geschikt is. Via de button Aanschaf – Algemeen is een radiospot te beluisteren over de aanschaf van een hond. Er is ook een meldpunt voor hondenbeten. De tips voor het aaien van honden zijn in deze lesbrief opgenomen.
|
|
 |
|
|
|
Kinderen aaien graag honden. Maar niet alle honden die je op straat of in het bos tegenkomt, zijn aardig en vriendelijk. Ook honden hebben zo hun nukken. Zomaar een vreemde hond aaien, is dan ook niet verstandig. De hondenbescherming geeft een aantal duidelijke adviezen. Als je een hond wilt aaien, houd je dan aan de volgende regels: Vraag eerst aan je vader of moeder of het mag. Als die er niet zijn, niet aaien! Vraag dan aan het baasje of je de hond mag aaien. Als die er niet is, niet aaien! Als je van allebei mag aaien, vraag dan aan de hond of je hem mag aaien. Hoe aai ik een hond? Steek voorzichtig je hand uit en kijk of de hond naar je toekomt. Zo niet, laat hem dan met rust, hij heeft er geen zin in. Komt hij wel naar je toe, kriebel hem dan onder zijn kin of borst. Aai hem niet over zijn kop, want veel honden vinden dat niet fijn. Als je een hond niet wilt aaien of bang bent voor de hond, doe dan dit: Ren niet weg als er een hond aankomt, maar blijf rustig stilstaan. Kijk de hond niet aan, kijk langs hem heen of kijk gewoon de andere kant op. Houd je handen in je zakken of op je rug, zodat de hond niet kan denken dat daar iets lekkers in zit.
|
|
 |
|
|
Er zijn honderden hondenrassen. Sommige zijn al heel oud en bij iedereen bekend, denk aan de Duitse herder, de sint-bernardshond of de poedel. Nieuwe rassen ontstaan door verschillende rassen met elkaar te kruisen of de dieren te selecteren op bepaalde eigenschappen. Als een ras goed is doorgefokt, worden de eigenschappen en kenmerken van het ras beschreven. Nieuwe dieren worden aan deze kenmerken getoetst. Alle dieren van hetzelfde ras worden in een stamboek ingeschreven. De kynologie houdt zich bezig met specifieke kennis over honden, voornamelijk over rassen en fokprogramma’s. In Nederland is de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied de leidinggevende instantie. De Raad organiseert elk jaar een aantal hondententoonstellingen waar de meest zuivere rasdieren de kampioenstitel kunnen bemachtigen. Het fokken van honden moet op verantwoorde wijze gebeuren. Er zijn jammer genoeg nog steeds veel malafide fokkers waardoor ziektes en afwijkingen de kop kunnen opsteken.
|
|
 |
|
|
|
|
 |
|
|
|
De volgende boeken kunt u in de klas gebruiken als voorleesboek over het thema ‘De hond’. U kunt de boeken ook aan kinderen adviseren die zelf over dit thema willen lezen. Groep 1 en 2 Marcus Pfister, Vlokkies hondenleven, uitgeverij De Vier Windstreken, Den Haag 1990, ISBN 3314408587. Eric Hill, Lekker spelen Dribbel (bundel met tien verhalen), uitgeverij Kitt, Houten 2003, ISBN 9041013024. Groep 3 en 4 Dorry Roothans en Monique Beijer, Bruno, de droomhond, uitgeverij Mare, Assen 2004, ISBN 9043702307. Sprookje: De hond en de mus van de gebroeders Grimm. Sprookje: De Tondeldoos van Hans Christiaan Andersen. Groep 5 en 6 Henk van Kerkwijk en Jaap de Vries, Een hond zonder merk, uitgeverij Zwijsen, Tilburg 2004, ISBN 9027642303. Jenny Dale en Melanie Broekhoven, Ben breekt los, uitgeverij Kluitman, Heerhugowaard 2005, ISBN 902067207X. Groep 7 en 8 Marine Nijhoff en Doesjka Bramlage, Een heel bijzondere hond, uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam 2003, ISBN 9056375636.
|
|
 |
|
|
|
De volgende informatieve boeken kunnen de kinderen bij de activiteiten van deze lesbrief gebruiken. Ze kunnen ook als algemene informatiebron over de hond dienen. Groep 1 en 2 Rien Poortvliet, Braaf, uitgeverij Van Holkema & Warendorf, Bussum 1983, ISBN 9024277868. Moira Butterfield en Wayne Ford, Ik ben lawaaierig en waaks, wie ben ik?, uitgeverij Piramide, Amsterdam 2000, ISBN 9024536685. Groep 5 en 6 Mark Evans en Sally Hynard, Hoe zorg ik voor mijn hond?, uitgeverij Van Reemst, Houten 1997, ISBN 9041004858. Noud Moeskops, Honden die ons helpen, Junior Informatie N, uitgeverij De Ruiter, Gorinchem 1997, ISBN 9005004584.
|
|
 |
 |
|
Auteur: Simone van Bentum-Gerich © Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V.
|
|  |
|
|
|
 |
 | |
|